Ik denk iedere keer: Bij onze volgende ontmoeting
zal mijn hart wel bonken, zal ik wartaal uitslaan,
ik zal struikelen en alles omstoten,
alle mensen zullen omkijken en me uitlachen
en bespotten en op straat zullen ze me
nog dagen herkennen en nawijzen.
Maar niets is minder waar:
het hart bonkt weliswaar alle dagen van te voren,
maar elke keer zodra ik je zie veranderd dat alles,
een kalmte van uit het niets valt dan over mij,
en met een schaamteloze vanzelfsprekendheid
volg ik je, alsof je hier altijd was.