Kapitein Rob - Pieter J. Kuhn

Communities

ZeelandNet

Kapitein Rob - Pieter J. Kuhn

243.411 bezoekers 11 leden Log in

402.002 Kap. Rob bestrijdt duivelse uitvindingen


Provinciale Zeeuwse Courant (zaterdag 21 oktober 1995) 

Kapitein Rob bestrijdt duivelse uitvindingen - Eddie de Paepe

Binnenkort is het vijftig jaar geleden dat stripheld Kapitein Rob zijn opwachting maakte in Het Parool. Onder meer tijdens de jaarlijkse Stripdagen, komend weekeinde in Breda, wordt aandacht besteed aan dit jubileum door middel van een expositie over de Hilversumse striptekenaar Pieter J. Kuhn (1910-1966). Door de presentatie van de fraaie heruitgave van alle Kapitein Rob-verhalen. En door een voorproefje op de musical die
in maart volgend jaar in Bussum in premiëre gaat.

Jubileum stripheld

Kapitein Rob van Stoerem, zoals hij voluit heet, liep op 11 december 1945 de gastvrije haven van Het Parool binnen. Eenentwintig jaar lang liet tekenaar Pieter Kuhn (signatuur QN) zijn oer-Hollandse stripheld spannende avonturen beleven. Ter land en ter zee, in het diepst van de aarde en buiten de dampkring. Kuhn tekende  maar één stripserie, maar het werd een klassieker. Kapitein Rob veroverde - samen met Tom Poes (Marten Toonder) en Eric de Noorman (Hans G. Kresse) - een plaats in de Nederlandse strip-top drie.
De Amsterdamse reclametekenaar en grafisch ontwerper Pieter Joseph Kuhn kwam in juli 1939 naar Hilversum waar hij ging werken bij het reclamebureau Kastelein. Kort na de oorlog stapte hij met zijn strip naar Het Parool. Kapitein Rob kwam tot stand in samenwerking met Evert Werkman. Kuhn bedacht de plot, tekende de plaatjes en zette daar een summiere tekst onder, die vervolgens door de Parool-journalist in goed Nederlands werd uitgewerkt. Kuhn maakte vele reizen, bestudeerde havens, schepen en (historische) scheepsmodellen, las boeken en artikelen over scheepvaart, geschiedenis, aardrijkskunde en techniek. Kuhns tekeningen zijn zeer realistisch en gedetailleerd. Zelfs de figuren uit de strip zijn naar het .leven getekend. Te beginnen met de stoere hoofdrolspeler, die (in ieder geval uiterlijk) veel lijkt op de pijprokende zeiler, die een spiegel op zijn tekentafel had staan.

Tekenaar Pieter Joseph Kuhn maakte kapitein Rob min of meer naar zijn eigen evenbeeld.


Voor de trouwe keeshond Skip - door Rob zelf 'mijn beste vriend' genoemd - hebben twee Samojeden model gestaan. Hun baasje, een kennis van Kuhn, inspireerde op zijn beurt tot het tekenen van professor Lupardi. Ook het voorbeeld voor diens assistent Yoto (Japans voor 'voor algemeen gebruik') kwam bij de familie Kuhn over de vloer. Net als de vrouw die model stond voor de dames Marga en Willy, die genoemd zijn naar de oudste dochters van Kuhn. En ga zomaar door.
Dat wij dit weten is te danken aan het speurwerk van de Haagse aardrijkskundeleraar Lex Ritman. Deze Rob-kenner heeft een reeks artikelen in stripbladen op zijn naam staan. Verder schreef hij in '78 een aardig boekje over 'zijn' held. De afgelopen jaren is Ritman bezig geweest met verzamelen van honderden nieuwe feiten en wetenswaardigheden. Het is de bedoeling dat zijn standaardwerk 'Kapitein Rob's stormachtige leven' op11 december bij Uitgeverij Panda in Den Haag uitkomt. Dan is het namelijk precies een halve eeuw geleden dat de eerste aflevering in Het Parool verscheen.
Ritman, opgegroeid in Amsterdam, raakte al vroeg in de ban van Kapitein Rob. Hij werd en wordt vooral aangetrokken door de combinatie van historie en 'science-fiction' in de strip. "Wat dat laatste betreft liep Kuhn duidelijk vooruit op alIerlei technische ontwikkelingen. Hij werd vooral geïnspireerd door Jules Verne."
De invloed van deze Franse schrijver blijkt niet alleen uit de onderwerpen die Kuhn aansneed, maar ook uit zijn 'slip-of-the-pencil' op het omslag-ontwerp voor het verhaal '24.000 mijlen oceaanrace'. Kuhn maakte er per abuis '20.000' van omdat hij met zijn gedachten bij Verne's '20.000 mijlen onder zee' zat.
Het hoge sf-gehalte in de strip is mede bepaald door Gerton van Wageningen, een Nederlandse ruimtevaartexpert met wie Kuhn bevriend was. Samen met Van Wageningen maakte hij het album 'Pioniers van de ruimtevaart' (1956). Kuhn tekende de ruim honderd fraaie plakplaatjes, die de klant cadeau kreeg bij de margarine (vier per kilo ).
De hoofdrollen worden gespeeld door twee Nederlandse jongens, en de uit de strip bekende professor Lupardi en zijn hulpje Yoto. "Het is eigenlijk een Kapitein Rob-verhaal zonder Kapitein Rob", stelt Ritman. Dit laatste is niet verwonderlijk omdat Kuhn toen net in zijn eerste 'Rob-loze' periode zat. De tekenaar had, na tien jaar, genoeg gekregen van zijn held: op 2 april 1955 was de laatste aflevering in Het Parool verschenen.
De opdrachtvan de Rotterdamse Margarine Industrie leverde echter weinig op: Kuhn kreeg slechts één cent per geleverde kilo. Deze financiële tegenvaller zou de doorslag hebben gegeven bij zijn besluit Kapitein Rob weer tot leven te wekken. Dat gebeurde op 1 september 1956. Tot vreugde van de vele fans. De tweede Rob-loze periode - van begin november '58 tot eind juni '59 - was overigens te wijten aan een hartaanval.

Lupardi

Het eerste deel van 'De avonturen van het zeilschip De Vrijheid' speelt zich af op de Middellandse Zee en in Noord-Afrika. Het tweede op de Stille Oceaan. Pas in het derde avontuur duikt de sinistere professor Lupardi op, "een magere, bleke man met een reusachtig voorhoofd."  De geleerde - "heel ver in het splitsen van atomen" - is in het Zuidpoolgebied druk doende met onheilspellende experimenten.
In het deel van Antarctica, waar hij zijn op zonne-energie werkend atomarium heeft gebouwd, is het  landijs gesmolten. De met vreemde vegetatie begroeide streek wordt bevolkt door horden pinguïns. De dieren hebben 'hersenantennes' op hun kop en luisteren als robots naar Lupardi's radiografische opdrachten.

Fragment van Het Pinguïneiland van professor Lupardi 


Het 'pinguïneiland' staat bol van technische snufjes zoals de 'televisor','snuffeltorpedo's', een maanraket en een 'electronen-oven' die slechts in een gouden harnas betreden kan worden. De genummerde pinguïns fungeren niet alleen als bewakers maar ook als metaalbewerker: in een grote werkplaats vervaardigen de vlijtige vogels onderdelen voor een groot hemelruim-atoomschip.
Uiteindelijk vindt Lupardi de dood in de krater van een vulkaan. Twaalf verhalen later blijkt de Italiaanse geleerde niet dood te zijn. Hij is gered door een in de kratermond gespannen stalen net. Ritman lacht: "Kuhn wilde Lupardi terughebben en heeft daarom dat vangnet bedacht!' Lupardi is onmisbaar, een aanwinst voor de strip: hij geeft in dertien verhalen acte de présence en is goed voor tientallen soms bizarre uitvindingen.
Zo bedreigt de geleerde vanuit zijn onderwereld een futuristische atoomstad. Hij gebruikt daarvoor gekidnapte eilandbewoners én (opnieuw) pinguïns, dIe hij via een 'hersenantenne' en een 'dirigeerzender' tot willoze robots heeft gemaakt. Ook Robs vriend Taaie Toon krijgt zo'n antenne op en wordt in een soort reuze-autoped geplaatst die met behulp van atoomkracht voortsnelt. Deze atoomjetamphibiemobile behoort volgens Ritman tot de aardigste vondsten van Kuhn. "En het is ook nog eens het langste woord uit de strip", lacht hij. Verder is de Hagenaar onder meer gecharmeerd van de snuffeltorpedo, het nevelkruid en de verlangstraIer van Lupardi. En de vliegende schotels? "Ach, die zijn leuk maar in die tijd al bekend", reageert hij terwijl hij direct de nummers van de betreffende verhalen uit zijn mouw schudt (18, 21 en 25).
Dat Kuhn over een bijzonder rijke fantasie beschikte, staat buiten kijf. "Veel van zijn ideeën zijn heel vernieuwend, zeker voor die tijd", stelt Ritman. "Denk alleen maar aan De geheimzinnige baron Himota, waarin mensen via een koelkast van de ene naar de andere plek worden 'geseind'. Jij en ik mogen zo'n uitvinding niet zien zitten, maar de Romeinen zagen ook geen raketten vliegen."
Kuhns fantasie kende geen grenzen. Hij laat potvissen voorzien van springstof om als kamikaze-oorlogsschepen te fungeren. Hij laat miniatuurdieren kunstmatige dubbel-satellieten bevolken. Zijn stripfiguren ontdekken dat de maan hol is en bewoond wordt door ether-monsters. Zij gebruiken giroraketten, 'iconoscopen', dodende stralen en met bacteriën gevulde raketten.
Kuhn bedacht dit alles zelf. Zijn fantasie liet hij stimuleren door de actualiteit en door technische ontwikkelingen die tot hem kwamen via radio, boek en tijdschrift. Een van die actualiteiten is de atoomkracht, die vooral in de eerste verhalen telkens terugkomt. Dat is niet zo gek als je bedenkt dat die verhalen in de jaren na de Amerikaanse atoombommen op Nagasaki en Hiroshirria bedacht zijn.
De aard van de nieuwe uitvinding en de effecten van radioactieve stralingwaren in die tijd nog niet bekend, zeker niet bij het grote publiek. Er vindt in 'Het Mexicaanse afgodsbeeld' een expeditie plaats naar een 'zeer radio actief gebied' op de Zuidpool. Aan de helikopter hangt een 'bionengenerator' die de radioactiviteit neutraliseert. Kapitein Rob voelt daardoor slechts af en toe een stekende pijn in zijn hoofd, meer niet.
Wie op dit soort slakken zout legt, kan de strip als achterhaald terzijde schuiven. Zo'n houding doet echter geen recht aan de inventiviteit vari de Hilversumse tekenaar. "Je moet telkens vijftig jaar terug denken", stelt Ritman dan ook.
Op 21 januari 1966 verscheen de laatste aflevering van Kapitein Rob in Het Parool. De dag daarvoor was Kuhn op de Amsterdamse Prinsengracht in elkaar gezakt. Een hartaanval. Zijn held leefde voort; in de bekende boekjes op oblong-formaat, die van '46 tot en met '61 bij Het Parool/De NieuWe Pers verschenen; in de latere (paperback-)uitgave van de Larense uitgeverij Scarabee; in talloze kranten en boekjes in het buitenland (Spanje, Denemarken, Engeland, Finland, Frankrijk, Brazilië, Polen, Duitsland, Italië en Japan). De oplage van de gebundelde verhalen loopt inmiddels in de miljoenen.
In een Hilversums bejaardentehuis is onlangs het startschot gegeven voor een bibliofiele heruitgave van alle verhalen. Stripuitgevers Hans Matla en Paul Rijperman - voor dit doel verenigd in De Vrijheid - overhandigden de eerste vier banden aan de weduwe van Kuhn.
Zaterdag doen zij dat opnieuw tijdens de Stripdagen in Het Turfschip in Breda, dit keer met de drie dochters (Willy, Marga en Jeannette) van het echtpaar als ontvangers. De nostalgische serie - 21 banden met in totaal 106 verhalen à 2100 gulden - loopt nog tot '98. Een kostbare maar fraaie uitgave die voor de echte liefhebber een must is.
In Breda is ook een tentoonstelling over leven en werk van Kuhn ingericht. Te zien zijn onder meer originele tekeningen en schilderijen, boekomslagen en prentbriefkaarten. Verder brengen leerlingen van middelbare scholen uit 't Gooi in Breda de liedjes 'Mijn held is van papier', 'Buit' en 'Het Zeilschip de Vrijheid' ten gehore. De liedjes maken deel uit van de musical die in maart volgend jaar in Theater 't Spant in Bussum wordt opgevoerd. En dat is meer dan gezegd kan worden van de musical die Evert Werkman eind 1950 schreef, maar die nooit op de planken kwam. Ondanks het geplande pinguïnballet.

 

Omhoog