Kapitein Rob - Pieter J. Kuhn

Communities

ZeelandNet

Kapitein Rob - Pieter J. Kuhn

244.462 bezoekers 11 leden Log in

303.002 Vraaggesprek met Kapitein W.H. Rieksen


Vraaggesprek met kapitein W.H. Rieksen, ooit derde stuurman op het stoomschip Iris

Dit vraaggesprek met de daarbij behorende foto's is overgenomen uit het boek Kapitein Robs stormachtige leven van Lex Ritman

Wanneer heeft u Pieter Kuhn voor de eerste maal ontmoet ?
In 1940 ben ik naar de zeevaartschool gegaan. Door de tweede wereldoorlog ontstonden uiteraard de nodige problemen bij mijn opleiding. Uiteindelijk ben ik op 1 september 1948 bij de K.N.S.M. (Koninklijke Nederlandsche Stoomboot Maatschappij) gekomen. Meer dan 25 jaar heb ik voor deze maatschappij gevaren. Mijn eerste reizen maakte ik op het stoomschip Iris (van 1926 tot 1953 in het bezit van de K.N.S.M.), waarop ik van 14 september 1948 tot 29 januari 1949 als derde stuurman in functie was. Tijdens de tweede reis, die mij van 4 tot en met 26 november van Amsterdam via Rotterdam, Leixoes, Oporto, Vigo, Bilbao, Bordeaux en La Pallice weer naar Amsterdam bracht, ben ik met Pieter Kuhn in contact gekomen. De Iris was een vrachtschip met accomodatie voor enkele passagiers. Kuhn was als .passagier aan boord en kwam vaak in de loop van de eerste wacht, dus 's avonds, op de brug, waardoor we in gesprek raakten. Hierbij bleek, dat we beiden in Hilversum woonden. Bij een verhuizing binnen deze plaats ben ik zelfs een overbuurman van hem geworden. Hij had veel verstand van schepen. De reis duurde langer dan voorzien was, zodat Kuhn in de problemen raakte. De Kapitein Robstroken, die hij aan boord getekend had, stuurde hij daarom over de post naar Het Parool te Amsterdam. Tijdens de reis leerden we elkaar wat beter kennen. Gedurende de tocht maakte hij onder andere foto's in havens, die wij aandeden. Hoewel Pieter Kuhn veel meer aan wal dan op zee vertoefde, hielden we wel contact en raakten uiteindelijk goed bevriend. In mijn loopbaan op zee, waarbij ik in het begin van de jaren zestig kapitein werd en die in 1974 eindigde, heb ik een bescheiden bijdrage mogen leveren aan de avonturen van Kapitein Rob.

Heeft u dan Pieter Kuhn van informatie voorzien?
Ja, want wij spraken vaak over mijn zeereizen. Ik maakte dan foto's, die hij voor zijn Kapitein Robverhalen gebruikte, zoals die van de sluizen van het Panamakanaal. Als ik van een tocht terugkwam, waaide hij 's avonds om  ± 7 uur binnen om weer bij te tanken. Wij waren inmiddels overburen geworden. Ik nam voor hem veel tijdschriften mee, zoals Popular Photography en Modern Photography. In een ander blad stond onder andere een serie over sleepbootkapiteins. Tijdens Kuhns bezoekjes dronken we een borreltje en praatten uren over de zeevaart. Pas diep in de nacht ging hij weer naar de overkant van de straat.
Bij onze gesprekken kwamen heel wat onderwerpen aan de orde. In de oude binnenstad van Amsterdam sprak hij met Ome Jan Tijms, zeelui en de aanwezige darnes. Ook herinner ik me, dat de aanwezigheid van een Marokkaanse jongen aan boord van het schip van Kapitein Rob in Het raadsel van het Atlasgebergte tot negatieve schriftelijke reacties leidde. Pieter Kuhn besloot toen om Kapitein Rob enkele verhalen later in De speurtocht van De Vrijheid in het huwelijk te laten treden. Opvallend vond ik, dat kort na mijn reis door Straat Magelhaes (1950), waarover wij uitvoerig gesproken hadden, het avontuur Het raadsel van Straat Magelhaes in Het Parool verscheen, waarvan de laatste aflevering op 25 januari 1952 gepubliceerd werd.

Heeft u verder nog met Kuhn gevaren?
Ik herinner me nog, dat hij een zeiljacht had liggen. Deze Meermin was een schip, waarmee hij onder andere naar Terschelling is gevaren. Aan de tjalk Caprice heb ik met hem reparaties verricht. Ook hebben we samen ermee in Loosdrecht gezeild. Deze tjalk was de opvolger van de Meermin. In die tijd was ik nog altijd geen kapitein. Interessant is ook, dat ik op mijn oceaanreizen een keer Henri Knap en zijn vrouw aan boord heb gehad. Pieter Kuhn heeft hem in verhaal 10 afgebeeld. Dagboekanier Henri Knap was destijds een bekende figuur bij Het Parool.

Herinnert u zich nog aardige details ?
Zeker, ik weet nog, dat hij ook 's nachts tekende, omdat hij er dan zeker van was door niemand gestoord te worden. Behalve voor Het Parool, illustreerde hij onder andere voor het nautisch-maritieme maandblad De Blauwe Wimpel, waarvan ik zelf nog altijd abonnee ben. Over zijn reis met het s.s. Dundee (zie: QN 656 in verhaal 8. LR) heeft hij met mij gesproken. Van u weet ik inmiddels, dat hij de tekeningen, die hij in 1947 tijdens de trip maakte, voor De Blauwe Wimpel en Kapitein Rob heeft gebruikt.
Naast zijn inspannende werk was de zeilsport voor hem van levensbelang. Bij Ome Jan Tijms en op het Waterlooplein in Amsterdam kocht hij spullen voor zijn schepen. Hij scharrelde overal rond. Het nautische signaalpistool, dathij gekocht had, gebruikte hij om op Oudejaarsavond op een heideveld bij Hilversum zeer enthousiast lichtkogels af te vuren. Kapitein Rob vuurde ook lichtkogels af in het begin van Het geheim van de Bosplaat. Verder bezat Kuhn een afstandsmeter. Dat was een buis van  ± 70 cm, die met lenzen en prisma's werkte. Je moest het apparaat net als een kijker dwars voor je ogen houden. De twee beelden, die je kreeg, moest je met één lens verstellen tot de beelden tot één beeld versmolten. Dan kon je de afstand meten. Deze afstandsmeter werd bijvoorbeeld gebruikt bij het afvuren van een kanon. Vanzelfsprekend heeft Pieter Kuhn hem hiervoor nooit benut.
Na het overlijden van mijn goede vriend in 1966 heb ik van de familie Kuhn een marineblauwe zeiljopper gekregen, die aan hem had toebehoord. Nog altijd bezit ik deze.

Wenurn Wiesel, 2 februari 1990 (Deze interviews zijn afgenomen door Lex Ritman)

Foto's reis van Kuhn in 1948.

Vigo

 

Bilbao, gefotografeerd vanaf het stoomschip Iris

 

La Rochelle

 

Leixões

 

 

 

 

Omhoog