Kapitein Rob - Pieter J. Kuhn

Communities

ZeelandNet

Kapitein Rob - Pieter J. Kuhn

244.376 bezoekers 11 leden Log in

401.001 Kapitein Rob stierf met zijn tekenaar


Expositie over stripheld

 

Kapitein Rob stierf met zijn tekenaar

(Martin Ruesink)

Provinciale Zeeuwse Courant van 18 januari 1990

 

 

Toen op 20 januari 1966 de striptekenaar Pieter Joseph Kuhn overleed, stierf een ware volksheld met hem. Kapitein Rob, die twintig jaar lang (minus een korte onderbreking) zes dagen per week de lezers van Het Parool had geboeid, was niet meer. Het verhaal Rendez Vous in Jamaica werd daags na de dood van Kuhn afgebroken. De plotselinge stop, midden in een avontuur, vormde misschien wel het meest passende afscheid dat Kapitein Rob zich had kunnen wensen. Een avonturier sterft immers in het harnas en gaat nooit met pensioen.

Het slot van Jamaica ligt misschien nog als een paar korte notities in een bureaulade. De tekeningen ontbreken in ieder geval, want Kuhn produceerde met de regelmaat van een krantenpers drie tekeningen per dag. Een paar korte krabbels in de kantlijn vormde Parool-journalist Evert Werkman om tot smakelijk proza.

De koelbloedige, pijprokende Kapitein Rob en zijn onafscheidelijke hond Skip werden een begrip voor een hele generatie Nederlanders. Ook over de grens, met name in Duitsland, bleek er belangstelling voor de oer-Hollandse krantestrip. Met meedogenloze en soms maniakale tegenstanders als Cigaret Larry en Professor Lupardi wist de niet-onknappe kapitein van het zeiljacht De Vrijheid per avontuur 75 maal drie tekeningen lang zijn mannelijke en vrouwelijke bewonderaars te boeien.

De spectaculaire reizen achter schatten, boeven of geheimen aan bleven niet beperkt tot het hier en nu: Kapitein Rob bevoer de zeven zeeën, maakte met een tijdmachine uitstapjes naar het verleden en bereikte zelfs het maanoppervlak. Dat laatste zelfs lang voordat Neil Armstrong daar zijn historische 'kleine stap' op zette. Voor een enkele naïeve Rob-fan moeten in 1959 de eerste foto's van de achterkant van de maan een ontgoocheling zijn geweest. De ware liefhebber moet Kuhn sindsdien nog meer zijn gaan waarderen. Welke science-fictionschrijver was immers vóór de Hilversummer op het geniale idee van een holle maan gekomen?

Toegegeven, Kapitein Rob is voor de hedendaagse lezer geen bijster indrukwekkend personage: vol tweestrijd, stress, onaangename zenuwtrekjes of twijfels over de zin van het leven. Een spannend scenario werd na een paar avonturen wel eens 'gerecycled' met een paar variaties. Wie op zoek is naar een morele boodschap kan beter een andere strip proberen: Bij Kapitein Rob telt enkel het avontuur.

Bezeten

Toch gaan zijn belevenissen iets verder dan het doorsnee brave jongensboek van de vroege naoorlogse jaren. Zo blijkt een 'bad guy' als professor Lupardi in de loop van de avonturen-reeks langzaam maar zeker wat sympathieke trekjes te vertonen.

Kuhn was verre van gemakzuchtig: iedere tekening klopte tot in detail, elk verhaal bevatte wel een paar wonderlijke machines of andere originele vindingen. Pieter Kuhn was bezeten van de scheepvaart en had een passie voor uitvindingen en science-fiction. Niet geheel onterecht werd en wordt hij wel eens vergeleken met Jules Verne. Die beschreef ongelooflijk gedetailleerd uitvindingen die vele jaren later werkelijkheid werden. Voor wie het dagelijkse knippen in de krant te veel werk was, gaf Het Parool de verhalen in boekvorm uit. De oplage van de werkjes bedroeg niet zelden vele tienduizenden stuks. Kuhn is er zelf nooit rijk van geworden. Hij was sinds eind '45 contractueel verplicht iedere dag een plaat aan Het Parool te leveren. We konden ervan leven, verklaarde zijn familie later.

Een speurtocht naar het wezen van Kapitein Rob leidt onvermijdelijk naar oude krante-knipseIs, interviews en -natuurlijk - de stripverhalen zelf. Waar Pieter Kuhn de inspiratie, fantasie en enorme geografische kennis vandaan haalde om vele duizenden malen een boeiende gebeurtenis vast te leggen in drie tekeningetjes, blijft een reconstructie. Een striptekenaar was vroeger voor het grote publiek geen bijster interessant figuur. In tegenstelling tot beroemde collega's als Marten Toonder en Hergé bleef Kuhn altijd in de schaduw van zijn eigen stripheld staan.

Een en dezelfde

Kapitein Rob en Pieter Kuhn zijn niet van elkaar los te weken. Een psychologisch onderzoekje bij de één, leidt automatisch naar de ander. Wie twee decennia lang, zes dagen per week met elkaar in een Hilversums kamertje zit opgesloten, moet ook wel wederzijdse trekjes gaan overnemen.

Je kunt wel zeggen dat hij Kapitein Rob was, vertelde de weduwe van de tekenaar, mevrouw M. Kuhn-Groenewoud, in de Kapitein Rob-special van Stripschrift uit 1978. Hij was geen zeeman, maar had het graag willen zijn. Hij was helemaal gek van alles wat met schepen te maken had.

Levensechte gelijkenissen vormen de kracht van kapitein Rob. Kuhn leek als twee druppels water op zijn hoofdpersoon.

Als ik boven kwam, zat hij vaak in de spiegel te kijken, dan had hij een of andere rare smoel of houding nodig, verklaarde zijn vrouw. Hij dupliceerde zijn familie, Henri Knap, Albert Einstein en anderen in het zwart/wit. Ook de decors van de verhalen kloppen tot in het kleinste detail.

Een kade in Amsterdam (Kuhn's geboortestad), een Urkse kotter, Duitse onderzeeër, een havenstadje in de tropen of een Hollands winkeltje, het onderwerp moest tot in detail kloppen. Een enkel foutje dat door de tijdsdruk toch in tekst of tekening sloop, werd later voor de boekuitgave weer rechtgezet.

Blunder

Eén blunder in de avonturenreeks moet Kuhn wel worden aangerekend: de vergissing om Rob te laten trouwen. We hebben het geweten, zei tekstschrijver Evert Werkman jaren later. Er kwamen stapels brieven binnen, meest van vrouwen, maar ook van mannelijke lezers, waarin de heftigste verwijten stonden. Het huwelijk hebben we dan ook als een nachtkaars laten uitgaan.

Evert Werkman - die overleed in 1988 - heeft altijd geweigerd om na de dood van Kuhn het succes van kapitein Rob met een andere tekenaar voort te zetten. Werkman besefte dat kapitein Rob en Pieter Kuhn onlosmakelijk met elkaar waren verbonden. Dat was voor hem bewezen toen Kuhn eind jaren vijftig even genoeg van het dagbladregime had. Als invaller werd Frank, de vliegende Hollander, een rob-alike opgevoerd. Het publiek hadechter geen trek in de poging om Rob voort te zetten in een ander kader. Werkman: De mislukking van Frank bewees het succes van Rob.

Martin Ruesink

 

Omhoog