Kapitein Rob - Pieter J. Kuhn

Communities

ZeelandNet

Kapitein Rob - Pieter J. Kuhn

245.108 bezoekers 11 leden Log in

103.002 De tekentechniek van Pieter Kuhn


Bron: Lex Ritman - Het stormachtige leven van Kapitein Rob

De tekentechniek van Pieter Kuhn

Voor de omslagen van de oorspronkelijke Robboekjes, eerst in potlood geschetst en daarna in inkt gezet, gebruikte Pieter Kuhn hoofdzakelijk Oostindische inkt. Op een formaat van 23 x 35 cm tekende hij met penseel, met het effect van een penlijn. Op een transparant stonden aanwijzingen, zoals: toonplaat lichtgroen of hulplijn weglaten. Ook voegde Kuhn een schets toe in de door hem gewenste kleuren op een formaat van 14 x 23 cm. Op de zeer fraaie originelen, die voor de covers gebruikt werden, bracht hij met witte verf de nodige correcties aan.

Voor Mysterie van het Zevengesternte (10) werden twee voorplaten getekend. In beide gevallen diende het Centraal Station in Amsterdam als achtergrond. Kennelijk beviel de eerste Kuhn niet. De tweede, waarop Lupardi opdook, vond genade in zijn ogen en mocht voor het Robboekje dienst doen.

Ook voor Het levende eiland (12) zijn twee voorplaten getekend. Het Robboekje met de oorspronkelijke cover verscheen in 1949, en dat met de hertekende voorplaat in 1953.

De stroken in de Robverhalen werden, na een schets in potlood, hoofdzakelijk met de pen getekend, waarbij het penseel gehanteerd werd voor zwarte vlakken of een brede arcering. Hierbij speelde alleen de Oostindische inkt een rol van betekenis. Slechts in het eerste verhaal blijkt een andere techniek gebruikt te zijn. Pieter Kuhn bracht, net als voor de covers, zijn correcties aan met witte verf. Opvallend was, dat hij deze nu ook voor effecten, zoals regen, toepaste. Voor het raster werd een transparant gebruikt. Kuhn, die met lef tekende, werd langzamerhand vaardiger, en wist vooral schepen, rotsen en de zee zeer goed af te beelden. Op technisch tekenpapier kwamen ware kunststukjes tot stand, die in de boekjes, waarin een geraffineerd gebruik gemaakt was van het raster, op een veel kleiner formaat bewonderd konden worden.

In 'Rendez-vouz in Jamaica' (73), het onvoltooide verhaal, kan men zien hoe Kuhn te werk ging.

Voor het oblongboekje van het eerste Kapitein Robverhaal, dat in 1946 uitkwam, had Pieter Kuhn twee schetsen op één vel papier gemaakt voor de omslag. Vanzelfsprekend werd slechts één daarvan gebruikt.

...ontwerpen voor de omslag van het eerste boekje uit 1946 ...

Merkwaardig is dat de eerste strook (QN) in dat verhaal afwijkt van de orginele tekening. In het boekje is het lichtschip anders en is Kapitein Rob zonder zijn vertrouwde pijp afgebeeld.

Een aardig detail is dat op de schets met de door Kuhn gewenste kleuren voor de omslag van '24.000 mijlen oceaanrace' (oblongboekje verscheen in 1947), 20.000 vermeld staat. Mogelijk dacht Kuhn ergens aan '20.000 mijlen onder zee' van Jules Verne.

 

Bij wijziging zou hij, volgens zijn dochter Jeannette, aan grafische vormgeving gedacht kunnen hebben, want al die 'rondjes' staan niet bepaald erg fraai.

 

Omhoog