Kapitein Rob - Pieter J. Kuhn

Communities

ZeelandNet

Kapitein Rob - Pieter J. Kuhn

245.108 bezoekers 11 leden Log in

301.002 Interview met Mevr. Kuhn-Groenewoud


Een vraaggesprek met mevr. M. Kuhn-Groenewoud en Frank van der Meulen,

door Martin Wassington

 

(Dit interview verscheen in het Stripschrift nummer 107/108 van januari/februari 1978)

Vreemd eigenlijk realiseer ik mij als ik daar zo op het puntje van de stoel in de fel brandende gashaard zit te staren: hier in dit doorsneehuis in een doorsneestraat in Hilversum gebeurde het, werden de grilligste en opwindendste fantasieën tot strip gebracht, zo'n dertig jaar lang.

Het huis is dat van de familie Kuhn en als ik er voor het eerst zit, is de maker van één van Nederlands meest succesvolle dagblad trips al twaalf jaar daarvoor overleden. En het vreemde is dan dat zijn legendarische held Kapitein Rob nog springlevend is! Ik voel me nog niet op mijn gemak daar bij de weduwe Kuhn en haar schoonzoon. Het ligt zeker niet aan hen, in tegendeel ze zijn uiterst gastvrij. Waaraan dan wel. ..?

Het moet te maken hebben met de affiniteit die ik nog steeds met de strip voel -want was het niet Kapitein Rob die mij samen met Kresse's Noorman aan de strip verslaafde. Zo verslaafde dat ik allerlei subversieve activiteiten verantwoord achtte om hoe dan ook in het gelukmakende bezit te komen van die stapel magische boekjes: sluikhandel in gasmuntjes, malversaties met flessenstatiegeld en het foetselen van dubbeltjes uit mijn moeders peignoir.

Onvergetelijke scènes schieten me te binnen: de griezelige experimenten van Lupardi, de huiveringwekkende nazi's onder Terschelling, de angstaanjagende manier waarop Kapitein Rob zijn broer Kees hervindt en de meedogenloze acties van piraat Peer de Schuymer. Maar goed ik kom voor een interview, of liever voor de reconstructie van een vraaggesprek dat al zo'n vijftien jaar eerder gemaakt had moeten worden. Dat heeft toen niet zo kunnen zijn: Stripschap en dus Stripschrift verkeerde nog in de verwekkingfase en Kuhn werkte in geïsoleerde anonimiteit gedreven aan zijn tekeningen, werd daar ook nauwelijks uitgetild door de verschijning van het vijfentwintigste of vijftigste boekje in de reeks gebundelde avonturen. Zo'n zes meter van mij af ligt Rob in al zijn gedaanten tussen de schurken die eigenlijk steeds toch geen schurken bleken in de immense stapel van 16.000 tekeningen die Kuhn van Kapitein Rob maakte. Een gedeelte daarvan is onherstelbaar omgewerkt tot balloenstrip. Het verwart me nog allemaal een beetje, langzaam, onzeker begin ik te bouwen aan het beeld van Rob's schepper. Het gaat moeizaam, omdat het allemaal zo erg lang geleden is, maar vooral ook omdat Kuhn zijn privé-leven en werk door de jaren heen streng gescheiden wist te houden.

Het geheugen van mevrouw Kuhn laat het op belangrijke momenten afweten, ze vindt dat onterecht verschrikkelijk. Schoonzoon Frank heeft natuurlijk als aanbidder van Kuhn's dochter, maar een stuk familiegeschiedenis meegemaakt. Zijn vrouw Jeannette en Evert Werkman zullen me later met informatie te hulp schieten.

Frank heeft echter wel een scherpe kijk op de zakelijke gedeelten omdat hij in samenwerking met dochters Jeannette, Wil en Marga Kuhn de rechten, fanmail en dergelijke van Rob's avonturen behartigt sinds de expiratie van het contract met het Parool.

Hij ook weet aan het eind van het gesprek mijn somberheid wat te verdrijven met opwekkende nieuwtjes over Kapitein Rob's verdere avonturen.

Er is maar bedroevend weinig gepubliceerd over Pieter J. Kuhn, wat voor een man was hij. ?

Je kunt wel zeggen hij was 'Kapitein Rob', het was zijn leven die schepen en de sfeer er omheen. Hij werd in Amsterdam uit een gewone burgerlijke familie geboren en heeft zich daar als enige van de kinderen - hij had nog twee broers en een zuster -aan ontworsteld. Eigenlijk had hij dat te danken aan een tekenleraar van de avondopleiding aan de Quellinus-kunstnijverheidschool. Die onderkende zijn tekentalent, en stimuleerde hem om na zijn entree in het bedrijfsleven, bij drukkerij Senefelder, ’s avonds door te studeren. Juist die stimulans en de avondstudies die hij daarna aan de Rijksakademie voor Beeldende Kunsten aan de Stadhouderskade te Amsterdam -waar later in '67 Het Stripschap zou worden opgericht -red.) volgde, gaven hem de gelegenheid om zich uit zijn toch wel behoeftige sigarenmakermilieu op te werken. Uiteindelijk werd hij lithograaf en kreeg in die job veel reclamewerk te doen. Toen we later in Schiedam woonden en hij er steeds naar Drukkerij Van Dooren, Vlaardingen op uit moest om te werken kreeg hij daar snel genoeg van. Hij wilde voor zichzelf beginnen. En waar zou dat beter kunnen dan in een grote stad? We verhuisden dus naar de Admiralengracht in Amsterdam. Zijn speurtochten naar werk daar gaven ons echter in een half jaar zo weinig hoop op betere tijden, dat we besloten ons boeltje maar weer in te pakken en hier, in Hilversum, aan de slag te gaan. Dat lukte Pieter bij reklame-buro Kastelein.

U zegt dat zo even terloops, hij was Kapitein Rob maar een koene stoere zeeman, was hij toch zeker niet!

Hij was dan wel geen zeeman, maar had het wel graag willen zijn; alles wat met schepen te maken had, daar was hij helemaal gek van. En dan niet eens het varen met die schepen, maar vooral het werken eraan, dus opkalefateren, teren, schilderen, machine-onderhoud en ga zo maar door.

Die passie voor schepen waarin lag die verankerd?

Zijn vader was dan wel bij de marine geweest, maar ik zie daarmee geen enkel verband. Wel denk ik dat vooral de omgeving van zijn ouderlijk huis aan de Hugo de Grootkade in Amsterdam voor zijn belangstelling in schepen en voor zijn fantasie van belang is geweest.

Kuhn daar zelf over in een interview: 'De dingen die ik op zeer jeugdige leeftijd waarnam maakten een diepe indruk op me. De gebeurtenissen thuis en het rijke, bewogen leven in de volksbuurt waar ik opgroeide waren stuk voor stuk stripverhalen. alleen wist ik toen nog niet wat een strip was. Wij woonden op een bovenhuis in Amsterdam niet ver van het centrum. Het huis werd door acht families bewoond. Aan de overkant van de gracht was een kleine vervallen begraafplaats met mooie oude iepen en een wildernis van vlierhout. De kade en de grachten waren het onbetwiste speelterrein van ons. de jongens. In de gracht lagen ook altijd tjalken. wachtend op bevrachting. Soms lukte het mij om aan te pappen met een schipperskind van mijn leeftijd en dan mocht ik wel eens op visite komen in de roef. Maar de meeste schippers mochten ons niet. Want wat was mooier dan in een vlet te schommelen tot de boot halfvol water stond? Het grachtwater was toen nog brak nog voel ik zo 'n dun puitaaltje tussen mijn vingers doorglippen. ..

Schepen hebben ook trouwens later nog een goed deel van ons bestaan bepaald: al in onze verlovingstijd hadden we een fantastisch mooie Canadese zeilkano, die Pieter zelf helemaal had opgeknapt.

Hoe zat het met verdere hobbies, interesses?

Het was schepen, schepen en nog eens schepen wat de bel luidde.  Naast het werken eraan, kwam er later vooral de gezelligheid op Loosdrecht bij. Die schepen waren een tic van hem en ik had zo'n zelfde tic, dus dat kwam mooi uit!

Romantiek op het water!

Ja, we leerden elkaar op het water kennen, maar de avonturen van Kapitein Rob waren toch romantischer hoor! Wel was Pieter een enorm boeiend verteller, dat zal je niet verbazen, en ook kon hij er van achter een neut met iedereen lekker op los kletsen. Ook had hij dat typisch Amsterdamse gevoel voor humor, hoewel je er- dat besef ik –nauwelijks iets van in de strip terugvindt. Thuis hadden we echter evenals op Loosdrecht veel plezier. Ook in de vakanties leefden we op het water. De dag voordat het zo ver was, zorgde moeder dat alles ingepakt stond, zo vertrokken we naar Loosdrecht. Daar werkte Kuhn aan boord door, echte vakanties hebben we gezamenlijk, een uitzondering daargelaten, nooit gehad.

Hoe kwamen jullie de oorlog door?

Hij werkte in die tijd nog wel bij drukkerij Kastelein, maar deed er buiten om reclame- en illustratiewerk. Het belangrijkste was echter zijn werk in de illegaliteit! Het kwam daarbij mooi van pas dat hij behalve een begenadigd tekenaar, ook lithograaf was, want hij vervalste in die tijd persoonsbewijzen voor mensen die allemaal wat ouder of jonger moesten zijn. Die kwamen dan met hun bewijs aanzetten, waaraan ze dan zelf al het nodige betutteld hadden -er zaten soms gaten in -en dan stopte Kun zo goed en zo kwaad als dat ging die gaten weer met een papje of weet ik wat dicht. Maar op handtekeningen had hij zich gespecialiseerd, die van de Ortskommandantur b.v. werden prachtig. We ontvingen daar geen betaling voor, wel soms vergoedingen in natura. Het klinkt allemaal simpel hoor, maar we zaten natuurlijk wel met behoorlijke spanningen, zoals die keer dat we na verraad een inval kregen! Toen er hard op de deur gebonkt werd:' Aufmachen, veldgendarmerie', opende Pieter het luikje en kreeg meteen een revolver tegen zijn neus gedrukt. De smeerolie zat op zijn wang. Omdat die lui het gelukkig onderling helemaal niet eens waren, kreeg Kuhn de gelegenheid belastend materiaal weg te werken. Onze grootste angst was op dat moment ook dat onze buurman die altijd bij ons naar de radio luisterde onvoorbereid zou binnenstappen. Ik ging daarom behoedzaam naar de achterdeur, maar botste daar tegen zo'n geïnformeerde reus aan. Met alle tegenwoordigheid- van geest zei ik 'Kommen Sieherein', daardoor liep het nog met een sisseraf. Overigens wist de hele buurt natuurlijk allang dat er bij ons een inval was. De volgende dag toen Pieter zich moest melden heeft hij het zekere voor het onzekere genomen; zijn vervalsingspulletjes op de fiets geladen en is in Haarlem ondergedoken. Ik werd toen eens soort koerierster die met een Turkse pas een grillig gescheurd stuk papier waarvan de andere partij het complement bezat, nieuwe persoonsbewijzen moest halen in Amsterdam. Later hebben we hier toen mijn man weer terug was, ook wel Joodse onderduikers gehad. Bij onraad dook het hele stel onder de vloer, waarbij mijn dochtertje dan aan de mannen onder haar een ooggetuige verslag van de gebeurtenissen gaf: 'Pap, ze zijn nu op nummer dertien. ..'.

Plotseling waren er dan na de oorlog de strips?

Hij kende natuurlijk wel strips, maar om nu te zeggen dat hier zoveel strips over de grond kwam, nee. Hij had gewoon allang het idee om een geïllustreerd verhaal te maken, en dat is dan uiteindelijk Kapitein Rob geworden. Ik kan me nog wel herinneren dat we er al tijden tevoren 's avonds over zaten te praten en dat ik toen nog die oer-Hollandse naam Rob heb bedacht. In feite is Kapitein Rob natuurlijk ook een geïllustreerd verhaal. Kuhn kon bovendien met een over de wereld zwalkende zeeman natuurlijk lekker uit de voeten in: zijn fantasie en het belangrijkste van alles was dat hij daardoor zelfstandig kon werken. Op gegeven moment is hij toen aan de slag gegaan en met een volledig uitgewerkt voorstel naar Het Parool gestapt, waar de strip m.i.v. 11 december 1945 gepubliceerd werd.

Veert Werkman daarover: 'Het hele initiatief ging van Kuhn uit, hij kwam met het idee, en tekeningen kant en klaar, het was geen kwestie van om de tafel zitten. We hebben het zo aanvaard. Het Parool i. v.m. de illegaliteit?

Van kontakten uit de oorlog is mij niets bekend.

Wat waren zijn bronnen, wat was zijn documentatie?

Documentatie gebruikte hij wel, maar alles sproot toch vooral voort uit zijn ongebreidelde fantasie en ook had hij een fotografisch geheugen. Film en boeken gebruikte hij nauwelijks, wel konden bepaalde krantenberichten e.d. hem beïnvloeden. Hij tekende ook wel van foto's, kalenders waarvan hij o.m. oude kaarten overnam en ansichtkaarten. Exact aangeven wat hij gebruikte is moeilijk, wat hij gebruikte is overal terug te vinden, maar het gaat meestal om details. (zie daarover artikel Lex Ritman). Als tijdschriften gebruikte hij wel 'The Nátional Geographic' en 'De Blauwe Wimpel, Maritiem Maandblad voor Scheepvaart en Scheepsbouw in de Lage Landen', uitgegeven door De Boer Hilversum, waarvoor hij ook wel illustreerde. Ook bezocht hij regelmatig het Scheepvaartmuseum in Amsterdam, toen nog gevestigd in De Lairessestraat en was hij lid van 'Het Zeilend Schoolschip', een vereniging van mensen die belang stelden in oude zeilschepen. Zij haalden dan b.v. de 'Americo Vespucci’ naar Amsterdam en bezichtigden ook wel opleidingsschepen. Voor verdere gegevens bestudeerde hij handboeken over schepen en scheepsbouw. Andere informatie moet hij ook wel via de radio gekregen hebben want boven stond dat ding de godganse dag aan.

Wat was de inbreng van Werkman?

Werkman nam aan de eigenlijke productie geen deel. Hij werkte de korte tekstjes die Kuhn bij de tekeningen aangaf uit tot zo'n zes a tien regels, goed Nederlands. Hij deed dat in vaste dienst van Het Parool. (zie verder artikel Werkman hierover! )

Hoe serieus zag Kuhn b. v. zijn science-fiction?

Die was volledig gefantaseerd, hij had natuurlijk wel zoals velen het werk van Jules Verne gelezen, maar verdere invloeden ken ik niet (zie hierover Annemarie Kindt). Hij sloeg er m.i. geen sf-boeken op na. Hij volgde wel de ruimtevaart met de eerste onbemande vluchten; de landingen op de maan heeft hij helaas niet meer meegemaakt. Om op de vraag terug te komen; zijn verhalen waren altijd technisch aanvaardbaar, wat hij bedacht zou eventueel verwezenlijkt kunnen worden en is dat ook wel vaak in de ruimtevaart, robots e.d. Uit zijn sf  komen twee dingen duidelijk naar voren: zijn interesse voor het onderwerp, maar ook zijn grote gevoel voor perfectie. Zijn sf was ook niet zo zouteloos als die van de meeste sf-tv-series van tegenwoordig. Kuhn kon overigens adembenemend vertellen over sciencefiction en als aanbidder van zijn dochter kon ik daar natuurlijk sowieso al nachten naar luisteren.

Kapitein Rob was ook vaak speurder, las Kuhn dan detectives?

Inderdaad, Rob was vaak speurder, hij loste zaakjes op en werd daar in de latere verhalen ook wel speciaal voor aangezocht. Dat kwam zeker niet voort uit het lezen van bestaande detectives. Het was allemaal een product van zijn onmetelijke fantasie. Ik zei wel eens tegen hem: 'Ik snap niet hoe je maar verhalen kunt blijven verzinnen', dan zei hij: 'Jij denkt zeker dat fantasie in een soort potje zit dat op een gegeven moment leeg is'. Het is natuurlijk ook wel geweldig hè, dat die man steeds maar weer allerlei dingen kon bedenken!

Wat die bronnen verder betreft, reisde Kuhn veel? .

Nee, nauwelijks. Het is een beetje vergelijkbaar met het werken van Karl May. Hij is wel naar Marokko geweest en we hebben een trip gemaakt met 'De Blauwe Wimpel’ naar Corsica, met een aantal kapiteins; dat was een zalige, verfrissende vakantie. Hij had daar overigens wekenlang voor vooruit moeten werken. Verder maakte hij wat korte coastertrips vooral met de bevriende Kapitein Rieksen, die later nog onze buurman werd. Eén coastertrip maakte hij zelfs als bemannmgslid mee, wat blijkt uit een monsterboekje van 1952, waarin hij één reis met Kapitein Smit als hofmeester voer. Aan boord waar hij ook wel stond te sturen, had hij altijd zijn tekenspullen bij zich, maar werken aan boord ging hem natuurlijk toch veel minder makkelijk af dan thuis. Voor het verhaal 'Het geheim van de Bosplaat' heeft hij een zeilreis naar Terschelling gemaakt en dan maakte hij nog een poldertocht met Antoniem van Kampen van de redactie van 'De Blauwe Wimpel'.

Kuhn verwerkte in zijn verhalen ook vaak bekenden!

Ja, dat geval met de redactie van Het Parool, {Mysterie van het Zevengesternte) is overbekend, maar ook verder kwamen er veel bekenden in voor. Dat ging in een aantal gevallen om namen, maar ook had vaak het uiterlijk van mensen hem geïnspireerd. Zoals Ome Jan Tijms, de eigenaar van de tagrijn, de handel in oude scheepsmaterialen en onze schoonzoon Jan Heiliger, die vroeger met Wil getrouwd was; hij was vertegenwoordiger in kasregisters, ik kan me herinneren dat er een winkeltje in kasregisters voorkomt, en verder vooral mijn dochters Wil en Marga maar ook Jeannette die door de familie wel de boot genoemd werd, al was de gelijknamige sleepboot veel eerder in de strip dan de dochter op de wereld was. Het typische van Kuhn was dat hij daar erg geheimzinnig over deed, hij gaf nooit toe dat hij bekenden in de strip liet opdraven!

En Cigaret Larry?

Larry was altijd mijn favoriet, zo'n prachtige aantrekkelijke kerel. In ieder geval kwam hij niet in mijn kennissenkring voor anders was mijn hele leven misschien wel anders gelopen! Larry was het type van de populaire filmster uit die dagen, een jonge Clark Gable, het prototype van de ladykiller. Maar ter zake, m’n man werkte niet met modellen, hij heeft wel model getekend, maar voor zijn stripfiguren deed hij dat niet. Als ik boven kwam zat hij vaak in de spiegel te kijken zo (ze plant haar vuist op haar kaak en vertrekt haar gezicht) dan had hij een of andere rare smoel of houding nodig. Hij tekende dus met een spiegel. Ik herinner me nog wel dat hij het moeilijk vond om vechtende mensen te tekenen en dat terwijl hij zelf had gebokst.

Hoe reageerden de vakmensen op zijn verhalen?

Zoals ik al zei vond Kuhn het werken aan schepen belangrijker dan het varen ermee. Hij was dan ook blij als er bv. iets aan onze tjalk kapot was, want dan kon hij weer naar Amsterdam, waar hij zijn vaste tagrijn had. Daar ontdekte hij allerlei boeiende dingen tussen die oude spullen, maar ontmoette er ook veel mensen uit het havenkwartier. Zij waardeerden hem evenals de eigenaar van de zaak Jan Tijms enorm, alleen ze spraken bijna nooit over zijn verhalen. Wel werd Pieter b.v. in 1963 erelid van de Delftse studentenzeilvereniging 'Peer de Schuymer' ; maar als je met de vraag andere striptekenaars -als een Kresse of een Toonder -bedoeld, er zijn nooit kontakten geweest.

Hoe reageerde het verdere publiek, er moeten nogal veel reacties gekomen zijn op een zo populaire strip!

Wij hoorden er eigenlijk nooit iets van, maar misschien dat ze op de redactie van Het Parool reacties ontvingen? In die tijd interesseerde nu eenmaal niemand zich nog voor de maker of bedenker van een strip. Dat is nu wel allemaal anders geworden mede door jullie inspanningen; er is veel meer interesse en bekendheid gekomen voor de mensen achter de trip.

Evert Werkman daarover: 'We kregen eigenlijk alleen reacties als we iemand in een verhaal lieten doodgaan en hem dan later zonder verklaring weer in een ander verhaal opvoerden. We schoten er door dat hap-snap werken wel eens naast hoor! Rond die trouwpartij van Rob is het overigens nog wel een hele toestand geweest en niet alleen door de vrouwelijke lezers van de strip hoor! Op het abonneebestand had de strip geen aantoonbare invloed, maar als je ervan uitgaat dat de strip een van de factoren was die het gezicht van het blad bepaalde, was die invloed er wellicht toch wel.

Hoe reageerden jullie als kinderen?

Jeannette: Om eerlijk te zijn, als kind was ik niet zo'n verslinder van Kapitein Rob, mijn zuster Wil wel, maar die was dan ook wat avontuurlijker ingesteld. Op school kreeg je natuurlijk ook wel reacties van 'Goh, is dat jouw vader die dat maakt? '. Ze vonden het over het algemeen prachtig, het sprak wel tot de verbeelding; dat je daar als vader ook nog je brood mee kon verdienen.

Hoe gedisciplineerd werkte Kuhn thuis?

's Morgens kon hij niet werken, hij probeerde dat wel als hij achter was en in tijdnood dreigde te raken, maar het mislukte evenzovele keren. Het ging gewoon 's morgens niet. Hij kwam zo tegen tien uur naar beneden, maar pas als hij 's middags van Loosdrecht, waar hij zich ontspande, terugkeerde, vlotte het goed. Dan ging hij tot 's avonds laat en soms wel hele nachten door. Dat ging zo zes dagen in de week, een dag was hij vrij omdat de krant op Zondag niet uitkwam. Hij werkte uiterst geconcentreerd al die tijd, want als ik de meeste keren met koffie bovenkwam op zijn werkkamer, dan zag hij mij niet eens. Hij zat dan wel een sigaret te roken, terwijl een tweede lag op te branden in de asbak. Die vergat hij dan gewoon door zijn werk. Al met al was het dus een full-time job. Hij werkte op korte termijn, dus nauwelijks vooruit, dat zie je ook aan het laatste verhaal, 'Rendez-vous op Jamaica' -(herdrukt in SS24 en later in Skarabee pocket no.26); de dag dat hij overleed, was dan ook tevens de laatste dag dat de strip in Het Parool verscheen.

Vond hij zijn werk belangrijk?

Hij vond zijn werk enorm belangrijk. We kregen soms wel eens een brief als die van een notaris uit Friesland die hem n.a.v. dat Bosplaat-verhaal enthousiast complimenteerde met het feit dat iedere boei, brulboei, lichtboei, of wat ook exact overeenstemde met de werkelijke situatie rond Terschelling. Zo klopte ook ieder blok aan wat voor schip ook in de verhalen. De belangrijkheid voor hemzelf zat hem in de perfectie die hij wist te bereiken. Dat maakt ook alle tijd die hij erin stopte zo verklaarbaar. Hij was een gedrevene door schepen en zou er nooit een op de bonnefooi tekenen.

De strip was in Kuhn 's tijd nog een zeer ondergewaardeerd medium, zat hij daarmee?

Hij heeft daar naar mijn idee geen enkele moeite mee gehad, Hij schreef en tekende de strip van zich af en daarmee was ook de kous af. Hij had ook geen publiek voor ogen. Nu is het zo dat de vaders van toen de verhalen voor hun kinderen kopen en ze dan zelf eerst nog lezen voor dat die ze krijgen, Grappig eigenlijk!

De oplagen van die oblongboekjes met alle herdrukken, moeten gigantisch geweest zijn!

We weten daar niets van, omdat Het Parool alle rechten had; Kuhn had een kontrakt met die krant en had zich daarin letterlijk verkocht. De overeenkomst verplichtte hem iedere dag zo'n plaat te leveren en Het Parool betaalde daarvoor een naar huidige maatstaven belachelijk bedrag. Het laatste kontrakt dateert overigens van 1956,en werd nooit herzien, terwijl Kuhn pas in 1966 overleed, maar goed we konden er van leven.

Evert Werkman daarover: 'Kuhn was de anonieme figuur die de strip leverde, hij kreeg van de boekuitgaven geen royalties, dat was zo per kontrakt geregeld. Omdat ik in loondienst bij Het Parool aan de verhalen werkte, kreeg ik die ook niet. Wel kreeg ik voor het persklaar maken van de boekjes, dat betekende inleidende tekstjes schrijven, tekstjes bijwerken etc. vergoedingen. De totale oplage van de oblongboekjes is 1.750.000 ex. geweest, waarbij dan de herdrukken inbegrepen. Het eerste deeltje ging zo in een totaal oplaag van 80.000 van de hand via agentschappen, wederverkopers en ook wel de boek- en tijdschriftenhandel. Later liepen de oplagen van 40.000 ex. tot 20.000 terug, werd het formaat kleiner, tot tenslotte bij verhaal 57 de uitgave gestaakt werd. Dat kwam door een aantal oorzaken: de prijs van de boekjes moest i.v.m. de geringere oplaag omhoog, de concurrentie was door de jaren heen snel toegenomen; de wederverkoper raakte zijn zaakjes niet meer zo makkelijk kwijt en vooral de tv slokte veel belangstelling op.

Redactie. : Geheel anoniem bleef Kuhn nu voor zijn vele trouwe lezers ook weer niet. Het Parool maakte nl. van de eerste druk van het vijfentwintigste verhaal in oblongboekje een fraaie jubileumuitgave. In het boekje werden niet minder dan zes pagina's aan Kuhn en de achtergronden van de verhalen gewijd. Op die pagina 's foto 's van Kuhn en zijn geliefde schepen maar ook van strip. Hoewel de familie Kuhn altijd honden heeft gehouden was daar nooit een samojeed of keeshond bij. Een Samojeed van kennissen stond dan ook model voor Skip. Uit het kontrakt van 1956 blijkt dat Kuhn aan royalties 5% van de bruto verkoopprijs van de boekjes kreeg!

Wat waren zo de promotieactiviteiten e.d. rond Kapitein Rob?

De syndication liep eerst via agentschap Vaz Dias en later via Swan Features, maar van activiteiten van Het Parool rond de strip kan ik me alleen een wedstrijd i.v.m. Rob's bruiloft herinneren. De prijs was een vliegtocht het had ook nog iets te maken met het uitdelen van bruidsuikers op een: lagere school.

Evert Werkman daarover: 'Er zijn wel een aantal dingen gebeurd, met behulp van een  aantal mensen die bij Het Parool ook al zo lang meesloffen ben ik op het volgende gekomen. Die vliegtocht was inderdaad nav. een wedstrijd: ik kan me nog herinneren dat ik met Kuhn en  wat kinderen toen een rondvlucht boven Amsterdam gemaakt heb met een KLM-toestel: Of dat iets met Rob 's vrienden te maken had weet ik niet meer. Cigaret Larry heeft in Amsterdam nog een keer diamantjes uitgedeeld, maar daar weet niemand het fijne meer van. Wat ik wel weet is dat Kuhn nog een keer als onderdeel van een speurtocht -verkleed als Kapitein Rob –op de Dam heeft gelopen. Hij amuseerde zich daar kostelijk mee. Er is verder ook nog iets met een fietsrace geweest, maar het aardigst was toch wel die race in 1959 van Amsterdam naar Zaandam ter ondersteuning van het belang van het aanleggen van een tunnel. De race duurde enkele weken en de deelnemers verplaatsten zich op de origineelste manieren; er waren er die zich per snelle auto of helikopter verplaatsten van de Amsterdamse Dam naar de Dam in Zaandam, maar er waren ook wel mensen die de tocht in duikerpak lopend op de bodem van het Noord-Hollands kanaal volbrachten. Het Parool deed mee met Kapitein Rob, in de praktijk was dat een keurig in Kapitein Rob-kostuum gestoken garagechef van de krant die voer in een schip dat overeenkwam met 'De Vrijheid'. Hoe het allemaal afliep weet ik niet meer.

Hoe liggen de zaken nu met die rechten?

We hebben via auteursrechtexpert Mr. Santbrink van de NOS, verleden jaar de rechten van Het Parool losgekregen. Omdat het kontrakt bij het overlijden van Kuhn expireerde en de krant naliet op een clausule betreffende mogelijke verlenging te reageren, hebben we daar toen kundig gebruik van weten te maken. We hebben nu de beschikking over alle rechten, om met de figuren te doen wat we willen: merchandising, syndication al werkt ook Swan daar nog wel aan, film, tv, promotion etc., ook m.b.t. de nieuwe heruitgaven van Skarabee liggen de zaken zo. De eerste heruitgaven waren nl. een deal tussen Het Parool en Skarabee. Voorlopig gaan de nieuwe heruitgaven langzaam van start, met één verhaal per boekje tot 72 verhalen, ga maar na.

Loopt de strip nog in bladen?

Ja, in regionale bladen, maar ook wel in het buitenland, bv. in Zuid-Amerika, waar nu gelukkig de zaak wat stabieler is als vroeger, toen de valuta met de dag kelderden.

Swan Features daarover: 'De strip loopt in de Delftse Courant daar zijn ze met verhaal 40 bezig en ook zij het onregelmatig in. Het Nieuwsblad van de landen van Heusden en Altena, waar ze verhaal 31 als laatste plaatsten: Het dagblad 'De West' in Paramaribo publiceert echter nog steeds konstant en is nu met verhaal 45 bezig. De Zuidamerikaanse avonturen van Rob destijds, met die sterk wisselende valuta, hebben ons een hoop oude onbetaalde rekeningen opgeleverd. De strip heeft in Frankrijk nog wel in balloenvorm in 'Le Jour' gelopen, dat was in de actieve jaren van de heer Zwaan. In die tijd zijn er in België nog albums met twee verhalen per deel op A4 formaat verschenen bij Het Volk te Gent. Ook kwamen in het begin van de jaren vijftig in Duitsland 3 boekjes met sf-verhalen uit o.m. 'De strijd om het uraniumkwik', terwijl daarvoor ook al een voorstel uitgewerkt was voor een Duitse versie van het eerste verhaal.’

Werkte Kuhn ondanks kapitein Rob nog aan andere dingen?

Zijn reclamewerk weet je, maar om het een en ander te noemen: hij maakte vooral vroeger affiches voor films, dmv het projekteren van kleine afbeeldingen via een vergrotingsprojektor op de muur, een techniek die hij later niet meer toepaste. Hij illustreerde boeken; b.v. Landell's Nachtfluistering ( 1944 ), Aakma's Fluisteringen van de zee.(1942), Het Journaal van de Takebora van Maurenbrecher ( 1966) en van Flevo tot IJselmeer( 1943), hij ontwierp ook bv. boekomslagen: Michiel de Ruyter, N. Aartsman. Hij illustreerde tijdschriften: vooral 'De Ketelbinkiekrant', 'De Blauwe Wimpel', 'De Waterkampioen' het clubblad van de watersportvereniging 'De Vrijbuiter' e.a. Hij maakte wervingspagina's voor De Koninklijke Marine, de Java China Paketvaart Lijnen N. V., de Heineken Brouwerij e.a. Hij tekende reclamestrips o.m. voorde fietsenfabriek Magneet (zie herdruk -red.), hij maakte vignetten, platenhoezen, kinderspeelgoed-verpakkingen, ansichtkaarten -toen hij overleed bracht hij juist een verpakking vooreen kinderserviesje weg -en illustreerde het programma voor de doop van 'De Groene Draeck' van Prinses Beatrtx op 4 juni 1957.

Hoe zat het met die onderbrekingen?

Hij was bij de eerste onderbreking van 4 april 1955 (strip QN 2799) tot 1 september 1956 de tijd dat Frank de Vliegende Hollander de leemte opvulde, volledig op de strip uitgekeken. Hij wilde wat anders gaan doen, maar dat lukte eenvoudig niet. Want om nu volledig met illustreren je brood te verdienen, was toen toch onmogelijk, misschien dat dat nu kan, toen in ieder geval niet. De zekerheid die de strip hem gaf, kon hij toch niet missen met drie dochters op een particuliere middelbare school! Dat liep te veel in de papieren. Hij probeerde het wel met van alles, reclamefolders, illustraties etc. Het belangrijkste waar hij zich in die tijd mee bezig hield was een verzamelalbum voor plakplaatjes dat hij samen met Gerton van Wageningen maakte. Kuhn tekende voor dit boek 'Pionier van de Ruimtevaart' naast illustraties niet minder dan 102 fraai gekleurde platen van o.m. Lupardi. Het ambitieuze projekt was een initiatief van de Rotterdamsche Margarine Industrie te Vlaardingen. Kuhn ontving 1/4 ct. rechten per plaatje = per verkocht pakje margarine, dat werd uiteindelijk f 1470,-! Dokumentatie vormde blijkens korrespondentie met Van Wageningen vooral de Winkler Prins.

De tweede keer in 1959 was hij ernstig ziek?

Ja, hij kreeg toen zijn eerste hartinfarct, of dat nu door de spanningen van zijn werk kwam weet ik niet. Wel was hij zo'n vierentwintig uur per dag met de strip bezig, maar hij kon zich ook enorm goed ontspannen. Oververmoeidheid viel er ook niet aan hem te bespeuren, hij was niet het type zenuwlijer of zo. Ook wist hij zijn werk en privéleven strak gescheiden te houden, we spraken thuis bijna nooit over zijn werk. Zijn plotselinge dood kwam voor ons eigenlijk toch niet zo onverwacht, hij had nl. na zijn tweede infarct de keuze tussen zeer ingetogen langer te leven of op zijn gewone manier korter. Hij koos voor het laatste!

Hoe ziet de toekomst eruit voor de verdere avonturen van Kapitein Rob, u weet dat ik destijds in Zaltbommel op de stripdag het plan lanceerde Rob als balloenstrip door een andere tekenaar voort te laten zetten?

Er zijn wat Kapitein Rob betreft wel wat initiatieven op het moment. We zijn met de NCRV bezig over een dertien-delige verfilming van Rób's avonturen, dat zullen programma's worden van ongeveer een half uur, en Jan Huyskens gaat dat doen. De NCRV heeft er een optie op gevraagd en gekregen. Verder is alles nog allerminst zeker. Wij zijn ook zoals ik al zei bezig met die nieuwe serie heruitgaven bij Skarabee en ook in het buitenland gebeurt wel wat.

Red. -Na een recente bespreking (dec. 77) lijken de plannen vaste vormen aan te nemen en staat de serie voor het tv-winterseizoen '79-'80 gepland. De tv-afleveringen zullen geen afgeronde bestaande verhalen zijn, maar constructies vormen van elementen uit diverse verhalen.

Duitsland?

Ài, ja wat daar in '76 gebeurde sloeg werkelijk alles, maar het is gelukkig achter de rug. Dat was een volslagen misser daar, van een enthousiaste stripgek. Hij is klandestien op vage afspraken met een agent die we toen nog hadden wild aan de gang gegaan. Hij had wel goed gezien dat Rob daar nog nooit op de markt was geweest, misschien had dat iets met de oorlog te maken! Het projekt werd een volledige miskleun door onvoldoende voorbereiding en heeft de man héél veel geld en ons de nodige anti-reclame bezorgd. Wat dat laatste gedeelte van je vraag betreft: we hebben verleden jaar een getekend ontwerp van Toonder Studio's ontvangen voor een mogelijk vervolg op de avonturen van Kapitein Rob. Dat was in balloenvorm en was zo volledig anders dan de oorspronkelijke Kapitein Rob dat we het hebben verworpen. Ook speelden nog wel sentimenten mee en tenslotte hebben we genoeg werk om opnieuw weer uit te geven.

Striphelden zijn onsterfelijk, in Amerika is het allang gewoonte een succesrijke strip voort te zetten en waarom ook niet? Als dat verantwoord gebeurt zie ik het juist als een eerbewijs aan de oorspronkelijke auteur. Mijns inziens verdienen zowel Kapitein Rob als Gerrit Stapel een eerlijke kans om dat met een kompleet nieuw verhaal aan te tonen, met alle respect voor jullie gevoelens overigens. Het zou dan eindelijk weer eens een goede oorspronkelijke Nederlandse dagbladstrip kunnen opleveren, een start van een Rob-revival wellicht met die tv-mogelijkheden achter de hand!

Jeannette daarover: 'Je kunt zo 'n voorstel natuurlijk op verschillende manieren opvatten -als je koste wat het kost ' zo 'n strip in leven wilt houden, dan is het een acceptabele zaak, maar als je zegt Kapitein Rob is een op zich zelf staande strip, er zit een bepaald soort fantasie achter en die hoort bij Pieter Kuhn, dan kun je beter als je een dergelijk verhaal met een dergelijke strekking wilt maken, daarvoor een nieuwe vorm met nieuwe figuren kiezen. Je kunt toch met die sf op historische basis ook met iets heel anders komen? Frank lijkt een beetje aan mijn kant te staan, al spreekt hij dat niet uit. De verwezenlijking van het ontwerp blijkt een initiatief van Peter Houbolt (Skarabee) en Jaap Back (Toonder Studio's) te zijn geweest, toen de eerste serie herdrukken van de uitgeverij op zijn eind liep.

Mij sprak in de avonturen van Kapitein Rob vooral 'De rose Parels van Tamoa' aan met die spookachtige omstandigheden waarin Rob zijn broer Kees hervindt, wat had uw voorkeur mevrouw Kuhn?

Het verhaal van de Pinguins van Lupardi, wacht eens kijken heb ik; het nog, ja, hier is het.

Ze laat me een plastic metselpinguïnnetje zien van het soort dat boven de kachel of de centrale verwarming op de luchtstroom beweegt; het heeft een koperen antennetje op de kop!

Dat heb ik van Hans Frankfurther gekregen, die heeft dat antennetje er voor mij opgemaakt. Hij is nog stripgekker dan jij!

Omhoog