Kaloot Defenders

Communities

ZeelandNet

Kaloot Defenders

Welkom op de community Kaloot Defenders!

118.218 bezoekers 17 leden Log in

Een vreemde slak


Het netwerken van een vreemde slak.

Waarnemingen aan de eerste windingen van Petaloconchus glomeratus met de synonieme naam: Petaloconchus intortus.

Met regelmaat komen we ze tegen in het fossiele Westerschelde materiaal van het strand De Kaloot, de op kokerwormen lijkende ineengedraaide kunstwerken van kalkmateriaal.

Is dit ook een schelp!, vraagt menigeen aan mij, als ik ze aan het strand toon aan de diverse verzamelaars. Jazeker, en dan komt de ingewikkelde uiteenzetting over het waarom. De eerste windingen; de Nucleus (eischelp) en de eerste vier Protoconch (juveniele) windingen zijn normaal, als bij iedere Gastropode. Maar dan begint er een vreemde ontwikkeling,  de normale spiraalwinding wordt ineens verlaten en alsof de slak haar eerste huisje wil beschermen, volgt er een buisvormige winding, (de eerste Teleconch winding) die helemaal een bijna cirkelvormige omwenteling maakt rond de eerste schelpontwikkeling. Dit komt, omdat de juveniele schelp zich in het larvale stadium al vasthecht aan de schelp van zijn soortgenoten of een ander vast voorwerp. hierdoor kan de Teleconch zich niet meer in de gebruikelijke spiraalvorm vervolgen.Daarna volgt deze buis een min of meer spiraalvormige ontwikkeling waarbij ook contact gezocht word bij soortgenoten, waarbij soms een hecht samenvlechten en cementatie plaatsvindt. Zo vormden vele individuen aaneengekit een enorm netwerk, waardoor zij als een mat op de zeebodem lagen. Dit fenomeen is voor het eerst waargenomen in Kallo tijdens het graven van de bouwput voor het 4e Havendok (nu Vraesene dok) aan de linkeroever in 1982 -1984. Bij diverse bezoeken, samen met Marcel Vervoenen uit Aalst (31-04-1984) werd ook ontdekt, dat er zelfs twee niveaus met Petaloconchus schelpen aanwezig waren in het middendeel van de zanden van Kattendijk op een diepte van ongeveer 12,50 m- mv, de dikte van de schelpenlaag varierend van 10 tot 20 cm, gescheiden door een laag steriel zand. Opvallend was ook, dat de bovenste individuen uit dit netwerk een opvallend rechte naar boven gerichte buis hadden, sommige wel meer dan 5 cm lang. Er moet op dit moment een snelle sedimentatietoename hebben plaatsgevonden, die er voordien niet was. In een wanhoopspoging om niet te verstikken hebben ze hun schelpbuisje in een stijgende lijn doen groeien om boven de aanvoer van sediment te kunnen blijven. Omdat de gehele ineengevlochten kolonie uiteindelijk toch bedolven werd onder sediment, zien we deze soort in de er bovenliggende lagen niet meer terug. Een plotselinge verandering in het milieu ligt ten grondslag aan het uitsterven van deze soort in het Noordzeebekken. Ook al is het netwerk zo intens en ook nog zo nuttig, een kleine verandering kan het gehele systeem ten gronde richten. Misschien iets ter overdenking?

individu 1, met uiterst recht de eerste (juveniele) windingen van de schelp

 

Detail van de eerste schelpwindingen, duidelijk is, dat na de 4e Protoconch winding

de schelpbuis (eerste winding van de Teleconch) het gehele juveniele schelpje als het ware omlijst.

  

maatbalk in millimeters! 

Individu 2, onderaan het juveniele schelpje. Buitenste exemplaren met verlengde buis

Linkerfoto bovenaan (inzet) detail van de eerste windingen.

 

Omhoog