De Javaanse kleine kantjil heeft onder andere een smaller neurocranium, en een langere en hogere onderkaak dan de kleine kantjil. Hij heeft een taankleurige kop en lichaam. De nek is grijs van kleur. De nekstreep ontbreekt, maar de donkere kruin loopt meestal door in de nek. Net als andere kleine kantjils is de Javaanse kleine kantjil vrij egaal gekleurd, maar de onderzijde van de nek heeft grote, witte vlekken. Mogelijk leeft er op Java een tweede vorm, die een oranjegele nek en wangen heeft en een bijna zwarte nekstreep. Waarschijnlijk hebben zijn afmetingen ervoor gezorgd dat er een mythe is ontstaan rondom de kantjil. Vooral in Indonesische verhalen komt hij veel voor. Daarin laat de kantjil zich van zijn slimste kant zien door alle andere dieren steeds af te troeven.
Leefgebied
De Javaanse kleine kantjil komt enkel voor op het Indonesische eiland Java, waar het de enige soort dwerghert is.
Voedsel
De Javaanse kleine kantjil is 's nachts actief. Dankzij de grote ogen kan hij prima in het donker zien. Hij leeft in tropische regenwouden en mangrovebossen, waar hij zich voedt met gras, bladeren en afgevallen vruchten. Bij gevaar houdt de kantjil zich schuil in het struikgewas.
Voortplanting
Er zitten ook minder aantrekkelijke kanten aan het kleine formaat van de kantjil. Zo is er in de buik van het dier nauwelijks ruimte voor het jong tijdens de zwangerschap. En direct na de geboorte moet een jonge kantjil zo snel mogelijk met de rest van de groep mee. Dit vereist dat het jong goed uitgroeit in de baarmoeder en ‘compleet’ is bij de geboorte. Om die reden worden er maar weinig tweelingen geboren. Om toch voor voldoende nakomelingen te zorgen kan de vrouwtjeskantjil al binnen enkele uren na het werpen gedekt worden. Het gevolg is dat vrouwtjesdieren bijna het hele jaar door zwanger zijn.
Paspoort
Naam: Javaanse kantjil
Andere namen: kleine kantjil
Wetenschappelijke naam: Tragulus javanicus
Lengte: 44 - 48 cm, staart 7 cm, schouderhoogte 25 - 30 cm