Van alle hondachtigen is de grijze vos de beste klimmer, die geregeld in bomen te vinden is. De grijze vos heeft een grijze vacht met een witte onderzijde. De poten, flanken, hals en oren zijn roodachtig tot gelig bruin. Op de keel zit een witte vlek. De voeten zijn roestachtig gekleurd. De staart heeft een zwarte maan aan de bovenzijde en een zwart puntje.
Leefgebied
De grijze vos komt voor in Noord- & Midden-Amerika. De noordgrens van zijn verspreidingsgebied loopt van West-Oregon via het zuiden van Nevada en Utah door Colorado, Nebraska en North & South Dakota en Minnesota, rond de Grote Meren en zuid-Ontario tot het noordoostelijke punt van de VS. Zuidwaarts komt hij voor tot het noorden van Venzuela en Colombia. De grijze vos kan in allerhande leefgebieden worden aangetroffen, tot halfwoestijnen en stedelijk gebied, maar heeft een voorkeur voor gemengde & loofbossen met een struiklaag. Ook in struweel wordt hij geregeld aangetroffen.
Voedsel
Het is een nachtdier, dat 's avonds tevoorschijn komt. Soms wordt hij ook overdag aangetroffen. Hij zoekt in dicht struikgewas of tussen omgevallen bomen naar voedsel. Ook klimt hij soms een boom in. Zijn dieet bestaat voor het grootste deel uit kleine zoogdieren als katoenstaartkonijnen, muizen en woelmuizen, maar ook vogels, insecten (voornamelijk krekels en sprinkhanen) en plantaardig voedsel als vruchten, bessen, noten, maïskolven en gras worden gegeten. Eekoorns vangt hij in de bomen, evenals boomvruchten.
Voortplanting
De grijze vos gebruik voornamelijk natuurlijke holen als rotsspleten, grotten, holle bomen en omgevallen boomstammen. Soms vergroot hij het hol van een bosmarmot. De holen worden voornamelijk gebruikt in de paartijd, en voornamelijk het vrouwtje. De paartijd loopt van januari tot april. Na een draagtijd van 53 dagen worden één tot zeven jongen geboren tussen maart en mei. Beide ouders zorgen voor de jongen. Na drie maanden worden de jongen gespeend, en na vier maanden, als ze 3,2 kilogram wegen, kunnen ze voor zichzelf jagen.
Paspoort
Naam: Grijze vos
Wetenschappelijke naam: Urocyon cinereoargenteus
Lengte: 50 - 80 cm, staart 30 - 40 cm
Gewicht: 3 - 7 kg
Voedsel: muizen, eekhoorns, kleine vogels, eieren, insecten
Verspreiding: Amerika: van Zuid-Canada tot noordelijk Zuid-Amerika