Dit populaire ronde kevertje is het bekendste en meest algemene lieveheersbeestje van de ruim 50 soorten de in Nederland voorkomen. Wereldwijd zijn er zelfs ongeveer 5000 soorten lieveheersbeestjes. Het zevenstippelig lieveheersbeestje heeft oranjerode dekschilden met 7 zwarte vlekken, waarvan de voorste over beide schilden valt.
Leefgebied
In Nederland en België is deze soort zeer algemeen, en soms massaal te vinden. Ook in grote delen van Europa komt de soort voor, en ook in Noord-Amerika, waar de kever vooral in de Verenigde Staten meerdere keren is uitgezet en zich nu heeft verspreid. Andere, in de VS inheemse soorten worden zelfs verdrongen doordat deze soort veel effectiever jaagt op bladluizen.
Voedsel
De 'zevenstip' is niet kieskeurig en komt overal voor waar bladluizen te eten zijn, zowel bossen als lagere kruidachtige planten. Deze soort houdt namelijk meer dan andere soorten vooral van bladluizen die op groenten en fruit leven. Bovendien worden niet alleen bladluizen, maar ook keverlarven en trips gegeten, beide zijn ook schadelijk voor planten waardoor dit lieveheersbeestje erg populair is in de gewasbescherming. Opmerkelijk is echter dat het zevenstippelig lieveheersbeestje vrijwel blind is, en op goed geluk naar bladluizen zoekt. Belangrijke vijanden van deze soort zijn mieren, die de kevers verjagen omdat een mier graag de zoete afscheidingen van bladluizen opzuigt. De sluipwesp is een nog grotere vijand, deze wesp legt een eitje in de levende kever, waarna de larve van de wesp de kever opeet. Er zijn nog wel meer soorten lieveheersbeestjes die aan de wesp ten prooi vallen, maar niet bij alle andere soorten ontwikkelt de larve zich tot wesp.
Voortplanting
De eitjes worden in groepjes gelegd tussen bladluizenkolonies, zijn oranjegeel van kleur, ongeveer twee millimeter lang en langwerpig van vorm. De larve is ook langwerpig en enigszins driehoekig en heeft borstelige uitsteeksels, en een grijze kleur met oranjerode vlekken. De larve leeft afhankelijk van het voedselaanbod ongeveer een maand, waarin hij ongeveer 8 tot 12 millimeter lang wordt (in de ongeveer 4 weken voordat de larve zich verpopt verslindt hij er al zo'n 600), daarna vindt verpopping plaats. De pop is druppel-achtig en gerimpeld, en heeft een oranje kleur met rijen zwarte stippen. Het zevenstippelig lieveheersbeestje houdt een winterslaap, waarbij de kevers elkaar opzoeken en ze massaal te vinden zijn onder stukken hout of onder boomschors.