De bruine kikker heeft een beigebruine kleur met een donkerbruine onregelmatige vlektekening. Kenmerkend is de grote oogvlek in dezelfde kleur met onderaan een gele streep en duidelijk zichtbare tympana of trommelvliezen waarmee de kikker goed kan horen. Deze soort lijkt sterk op de heikikker(R. arvalis), maar deze laatste soort is gestreept en van de Italiaanse kikker(R. latastei) is deze soort te onderscheiden doordat een bruine kikker een stompere en grotere kop heeft, waardoor de ogen kleiner lijken. Verder zijn de achterpoten erg lang en gespierd, hiermee kunnen grote sprongen worden gemaakt. Na een aantal sprongen is de energie van de kikker echter op, meestal springt hij snel in het water en duikt naar de bodem.
Leefgebied
De bruine kikker komt in grote delen van Europa voor en is een van de algemeenste soorten, ook in Nederland en België. Deze soort komt dan ook in vele biotopen voor; bossen, heidevelden, graslanden, duinen en zelfs de kleinste tuinvijvers. Enige voorwaarde is de aanwezigheid van een strooisellaag waar in gescholen en gejaagd kan worden. De bruine kikker is periodiek aan water gebonden en leeft buiten de voortplantingsperiode voornamelijk op het land.
Voedsel
De bruine kikker kan zoals de meeste kikkers niet best zien en hapt naar alles wat beweegt en in de bek past. Met name wormen, (naakt-)slakken en vliegen worden gegeten.
Voortplanting
De paartijd is rond april/mei. Tijdens de paartijd komen ze terug naar de plek waar ze geboren zijn. Het mannetje zoek een vrouwtje en klemt zich vast op haar rug. Hij laat pas weer los als het vrouwtje de eieren heeft gelegd en hij ze heeft bevrucht. Een vrouwtje kan wel 4000 eitjes leggen. De eitjes liggen in een grote plak kikkerdril. Na enkele weken komt het kikkerdril uit. Kikkervisjes (ook wel dikkopjes genoemd) eten algen. Als de kikkervisjes genoeg voedsel hebben gehad kunnen ze al na een paar maanden uit het water. Wanneer er te weinig voedsel is gaan ze zelfs elkaar op eten.