Dit kleine uiltje heeft twee veerpluimen op zijn kop. Soms zijn die 'oren' nauwelijks te zien, maar bij onraad zet hij ze rechtop. Zijn grijze tot roodbruine verenkleed overdekt met een fijne zwarte tekening maakt hem overdag vrijwel onzichtbaar tegen boombast. Bij gevaar rekt hij zich uit en wiegt zachtjes heen en weer om zoveel mogelijk op een tak te lijken. Hij heeft een lage, fluitende roep die hij met tussenpozen herhaalt.
Leefgebied
De Dwergooruil komt voor in Europa, West en Midden Azië, Afrika. De dwergooruil is een trekvogel, die in afrika overwinterd en dan met name in de savanne. Een klein deel overwinterd in Noord- Afrika en Spanje. Hij komt in april uit afrika en vertrekt weer in augustus en september. Hij komt voor in een open landschap, waar het warm en droog is, met oude bomen en met een rijk aanbod aan insecten. Dit kunnen parken, olijfgaarden, boomgaarden, enz wezen.
Voedsel
De dwergooruil jaagt vanuit een zitplaats, voornamelijk op insecten, die hij met een duikvlucht vangt. Ook vangt hij wormen, kleine zoogdieren, boomkikkers en soms kleine vogels.
Voortplanting
De dwergooruil broedt in holle bomen, maar ook in gaten in muren, oude spechtnesten en nestkasten. Ze besteden weinig tijd aan het bouwen van nesten. Tijdens het broeden legt ze de andere eieren. De jongen die het eerst uitkomen zijn dan ook groter dan z'n ander broers en zusters, hierdoor komt het nogal eens voor dat de kleinste en zwakste kuikens om komen van de honger, want de moeder geeft het meeste eten aan het kuiken dan z'n bek het verst openspert.
Paspoort
Naam: Dwergooruil
Wetenschappelijke naam: Otus scops
Lengte: 16 - 20 cm
Gewicht: 60 - 125 gram
Voedsel: vooral insecten, ook spinnen, wormen, reptielen, vleermuizen en kleine vogels