Een stekelrog is net als andere roggen en haaien een kraakbeenvis. In tegenstelling tot beenvissen hebben ze geen bot maar kraakbeen en geen schubben maar huidtandjes die door de huid naar achteren steken. Bij de Stekelrog zijn veel van deze huidtandjes vergroot tot echte stekels. De grootste stekels zitten in lengterijen op zijn lichaam en staart. De belangrijkste functie van de huidtandjes is bescherming bieden tegen predators. Als de huidtandjes beschadigen, worden ze snel vervangen. Dat gebeurt tijdens huidgroei. De huid van roggen werd overigens honderden jaren lang gebruikt voor 'antislip' handvaten van zwaarden en messen.
Leefgebied
De stekelrog komt voor in Kustwateren oostelijke Atlantische Oceaan, van Noorwegen tot Zuid-Afrika.
Voedsel
Stekelroggen eten voornamelijk kreeftachtigen en zandspiering. Liggend op de zeebodem wachten ze op hun prooi: die komt vanzelf een keertje langs. Ze gebruiken dus maar heel weinig energie voor het opsporen van prooien. Om zich voor hun prooi onzichtbaar te maken graven ze zich (deels) in, bovendien heeft hun rug een vlekkenpatroon. Dit samen zorgt voor een goede camouflage. Heeft de Stekelrog een prooi te pakken dan houdt hij deze gevangen met zijn lijf en peuzelt het op met zijn korte en botte tanden. Ze kunnen zo zelfs schelpdieren kraken.
Voortplanting
De vrouwtjes gaan in het voorjaar naar de kust om hun eieren op de zeebodem af te zetten. Daarna houdt de ouderlijke zorg helemaal op. Soms worden de eieren zelfs door de ouders opgegeten. Wanneer de jonge roggen het ei hebben verlaten, blijven de lege eikapsels ronddrijven in zee. Deze zijn nu zo licht dat ze makkelijk met de stroom worden meegevoerd. Je kunt ze dan ook geregeld vinden langs de vloedlijn op onze stranden. Helaas zijn er nog maar weinig stekelroggen in de Nederlandse kustwateren en dus zijn er ook minder eikapsels te vinden dan voorheen. De kapsels die u vindt kunnen ook van andere roggen, zoals de Sterrog zijn. Stekelrog hebben van nature een vrij lange levenscyclus; het duurt jaren voor ze zelf voor nageslacht kunnen zorgen. Uit onderzoek blijkt echter dat ze steeds eerder geslachtsrijp worden. Waarschijnlijk zorgt de huidige visserijdruk door boomkorvissers ervoor dat de dieren zich sneller willen voortplanten om de soort in stand te houden.
Ademhaling
Aan de bovenkant van het lichaam, achter de ogen zitten de ademhalingsopeningen (spiracles), waardoor water naar binnen stroomt om te ademen. Aan de onderkant van het lijf zitten 5 paar kieuwspleten, waardoor het water de rog weer verlaat. Als de spiracles dicht zijn gaan de kieuwspleten open en omgekeerd. Hierdoor ontstaat een soort pomp die actief zorgt voor een waterstroom langs de kieuwen.