De vos is een van de weinige roofdieren die regelmatig in ons land te zien is. Vossen zijn voornamelijk 's nachts en in de schemering actief. Normaal gesproken houden ze zich overdag schuil onder een struik of in een hol. Soms gebruikt een vos de burcht van een das of konijnen, maar ze kunnen ook zelf een hol graven. De vos kan tenminste 28 verschillende geluiden voortbrengen, en hij kent ook een groot aantal houdingen om mee te communiceren. Onderdanige vossen houden bijvoorbeeld de oren naar achter, de mond lichtelijk open met opgetrokken lippen, en kwispelen bochtig met hun start. Agressieve vossen plaatsen de oren zijdelings en houden de mond wagenwijd open.
De vos leeft meestal in een groep van zo'n zes dieren. Een dominante rekel (mannetjesvos) en een dominante moervos worden begeleid door meerdere moervossen, waarschijnlijk uit vorige worpen. Alle vrouwtjes in een groep zijn meestal aan elkaar verwant. Rekels worden, zodra ze volwassen zijn, uit de groep verjaagd. De ondergeschikte moervossen zijn helpers, die helpen met de opvoeding van de jongen. Soms planten meerdere moervossen zich voort in een groep. De worpen worden dan vaak samengevoegd tot één groep welpen, die bij alle moervossen mogen zogen.
Het territorium kan 100 tot 1200 ha bedragen, al naar gelang de mogelijkheden van het biotoop (voedselaanbod, veilige nestplaats...). Hij wordt afgebakend met geursporen, voornamelijk urine en uitwerpselen, die worden geplaatst op duidelijk zichtbare en ruikbare plaatsen, maar het vaakst op vaakgebruikte plaatsen. Meestal bakenen alleen de dominante moervossen het territorium af met urine.
Leefgebied
De vos kan zich goed aanpassen, en komt in bijna alle habitats voor: woestijnen, toendra's, moerassen, gebergten, duinen en landbouwgebieden. In bepaalde gebieden (bijvoorbeeld in Engeland) komt de vos ook voor in stedelijk gebied, voornamelijk in buitenwijken, waar huizen grote tuinen hebben, en in stadsparken. In Engeland wordt op deze plekken illegaal op de vos gejaagd. Het favoriete habitat is bos, dat wordt afgewisseld met open gebieden en struwelen.
Voedsel
Vossen zijn niet kieskeurig en passen hun voedselkeuze aan, aan wat er beschikbaar is. In de duinen eten ze veel konijnen, op de velden veel muizen, in het najaar veel bessen en in de stad vooral afval. Dagelijks moet een vos ongeveer vijfhonderd gram aan voedsel binnenkrijgen. Een vos doodt soms meer dan hij nodig heeft, en vooral op plaatsen waar meerdere prooidieren op elkaar zitten en niet kunnen ontsnappen kan hij een ware slachtpartij aanrichten (bijvoorbeeld kippenhokken, of kolonies van grondbroedende vogels als kokmeeuwen). Voedselresten wordt begraven en later weer opgezocht, maar de vos legt geen voedselvoorraden aan. Een vos is meestal zeer succesvol in het terugvinden van begraven voedsel. In Nederland is dan ook veel discussie of er wel of niet op vossen gejaagd moet worden.
Voortplanting
De paartijd duurt van december tot februari, wanneer de mannetjes vruchtbaar zijn. Een vrouwtje is in die tijd slechts drie weken loops. De jongen worden na een draagtijd van 52 à 53 dagen in de lente (tussen maart en mei) geboren. Dat hol wordt meestal onder een boom gegraven en soms gedeeld met een ander drachtig vrouwtje.
Een worp telt meestal 4 tot 5 jongen, die bij de geboorte blind en doof zijn en 100 gram wegen. Ze hebben bij de geboorte een donkere fluwelen vacht. De eerste twee tot drie weken zijn de jongen volledig afhankelijk van hun moeder. De vader en de helpers brengen de eerste dagen voedsel voor de moeder, en nadat de jongen gespeend zijn helpt ook de moeder mee.
Na elf tot veertien dagen gaan de ogen open. De eerste maand zijn de ogen blauw van kleur, maar later wordt deze bruin. Als ze vier weken oud zijn groeien de neus en oren snel, en komt er een rossige glans over de vacht. Ze eten rond deze tijd hun eerste vaste voedsel. Na zes weken worden de welpen gespeend en na zeven tot acht weken hebben ze het volledige melkgebit.
Na zes maanden zijn de jongen op het oog niet meer te onderscheiden van volwassen dieren. Tegen de herfst zijn de jongen volwassen en na tien maanden zijn ze geslachtsrijp. In het wild wordt de vos zo'n negen jaar oud.