De bruine beer is de bekendste en meest wijd verbreide beer. Er zijn verschillende ondersoorten die in vachtkleur en vooral in grootte sterk kunnen verschillen. Zo kan de grizzlybeer wel tien keer zo zwaar worden als een Europese beer. In Europa is de bruine beer zeldzaam geworden. Eeuwenlang heeft de mens jacht op hem gemaakt en hem uit zijn leefgebied verdrongen.
Leefgebied
Hij leeft nog wel in kleine aantallen in de Pyreneeen, de Alpen en de Abruzzen; in Noord- en Oost-Europa zijn er iets meer over. Toch is de bruine beer al gauw tevreden, als ze hem maar met rust laten. Aan de kust voelt hij zich net zo goed thuis als in de bergen, in dichte wouden net zo goed als op de open toendra. Hoeveel terrein hij nodig heeft, hangt van het voedselaanbod af, maar ook van het geslacht: terwijl mannetjes gewoonlijk in territoria van 25 tot 1000 vierkante kilometer rondscharrelen, hebben wijfjes al aan 15 tot 200 vierkante kilometer genoeg.
Voedsel
Bruine beren ruiken 100 000 maal beter dan een mens. Dat komt goed van pas bij het voedselzoeken. Als alleseters lusten ze niet alleen planten, zoals grassen, wortelen, knollen kruiden en bessen, maar ook insektelarven, knaagdieren, vissen en wild dat ze dood hebben gevonden. Beren zijn dol op honing en raten van wilde bijen. In totaal eten ze soms wel 12 kilo op een dag.
Jongen
Bruine beren paren in mei-augustus en na een draagtijd van ongeveer 6 à 8 maanden volgt er een worp van meestal 2 jongen. De jongen blijven minstens 8 maanden bij de moeder. Ze volgen haar overal. Op de tochten met hun moeder doen ze zeer veel ervaring op. Bij jongen is dikwijls een soort halsband van witte haren te zien, die later weer bijna verdwijnt.
Bedreiging
Uit West- en Zuid-Europa is de bruine beer grotendeels verdwenen. In Nederland gebeurde dat zo'n 800 jaar geleden. Op de Bruine beer is vroeger veel gejaagd, waardoor hij nu in veel delen van Europa niet meer voorkomt. De Bruine beer is nu een beschermd diersoort.