ANIMAL WORLD('Animal World, weet meer!')

Communities

ZeelandNet

ANIMAL WORLD('Animal World, weet meer!')

Welkom in de wereld van de natuur!

903.944 bezoekers 68 leden Log in

Welkom op deze community

 

Welkom!

Op Animal World vindt je vele rubrieken over allerlei diersoorten. Vele mooie foto's en veel informatie! Veel plezier op Animal World! 

'Animal World, weet meer!'

 www.wnf.nl

Poll

Hoe bent u op deze site terecht gekomen?

Top 5 van de nieuwste rubrieken

Top 5 van de 

Nieuwste rubrieken!

 

1. De Halsbandleguaan

2. De Gems

3. De Rode vari

4. De Siamang

5. De Koningsgier

Meerval, europese

De Europese meerval

De meerval heeft zes baarddraaden aan zijn opvallend grote bek: twee draden op zijn kop, twee onder de mondhoeken en twee aan de onderzijde van zijn imposante, platte kop. Hij heeft een klein, onbetekenend rugvinnetje en een lange vin aan de buik. De staart loopt naar achteren spits toe. De meerval is doorgaans donkergroen tot zwart aan de bovenzijde en vaak zilverachtig tot wit aan de onderzijde. Het kleurverloop is grillig en vlekkerig. Ook albino's komen voor, en soms worden in de dierenhandel rode, gele of roze exemplaren aangeboden. Dit zijn geen bijzondere kleurvormen, zoals ze in de winkel worden aangeprezen, maar simpelweg exemplaren die zijn geïnjecteerd met inkt. Dit is niet goed voor de vis, die de kleur (uiteraard) na enige tijd weer verliest.

Leefgebied

De Europese meerval voelt zich het best thuis in rivieren met een wisselend waterpeil, maar ook in grote, diepe meren met ondiepe, uitgestrekte oeverzones kan hij zich prima handhaven. Het dier heeft een voorkeur voor ontoegankelijke, dicht begroeide wateren met een zachte bodem, en is een uitgesproken roofvis.

In West-Europa waren er tot halverwege de jaren negentig van de 20e eeuw slechts enkele rivieren waar de vis algemeen was, zoals de Saone in Frankrijk, de Po in Italië, de Ebro in Spanje en de Donau en hiermee in verbinding staande rivieren. Vooral op de Franse en Duitse rivieren is deze vissoort tegenwoordig enorm in opkomst. In de voormalige Oostbloklanden is de vis een heel gewone verschijning en de hoofdprooi van veel beroepsvissers. Het is bekend dat hij via Duitsland in de Maas komt. Omdat er in de Nederlandse rivieren niet commercieel gevist wordt, is niet bekend in hoeverre de meerval in de Waal en de Rijn voorkomt. Verwacht mag worden dat met de natuurontwikkeling in het Gelderse poortproject de meerval hier een gespreid bedje vindt.

In België is de meerval bekend uit het Schulensmeer, in Nederland komt hij voor in de Westeinderplassen bij Aalsmeer. Ook worden exemplaren gevangen in de wateren van Flevoland. Deze laatste populatie bestaat waarschijnlijk uit nakomelingen van uit de voormalige kweekvijvers van de OVB ontsnapte exemplaren.

Voedsel

Meervallen zijn doorgaans 's nachts actief en jagen dan op bijna alles wat ze te pakken kunnen krijgen. Grote exemplaren grijpen ook watervogels of zwemmende zoogdieren. Ze vinden hun voedsel voornamelijk op de reuk. Overdag houden meervallen zich schuil in holen in de oever.

Voortplanting

Om tot voortplanten te komen heeft de meerval water van minimaal 20 graden Celsius nodig. Een jonge meerval leeft voornamelijk van ongewervelde diertjes die hij op de bodem vindt, maar ontwikkelt zich al vroeg tot een meesterlijk jager op grotere diersoorten die hij in het water tegenkomt.

Bedreiging

 

TDe meerval staat op de rode lijst, en er mag dus niet op worden gevist. Omdat de Europese meerval bezig lijkt aan een opmars, zal hij mogelijk van de rode lijstworden geschrapt. Sportvissers zouden graag zien dat de vis net als andere vissen gekweekt en uitgezet mag worden.

In België is de meerval bekend uit het Schulsemeer, in Nederland komt hij voor in de Westeinderplassen bij Aalsmeer. Ook worden exemplaren gevangen in de wateren van Flevoland. Deze laatste populatie bestaat waarschijnlijk uit nakomelingen van uit de voormalige kweekvijvers van de OVB ontsnapte exemplaren. Een jonge meerval leeft voornamelijk van ongewervelde diertjes die hij op de bodem vindt, maar ontwikkelt zich al vroeg tot een meesterlijk jager op grotere diersoorten die hij in het water tegenkomt.

Paspoort

Naam: Europese meerval

Andere namen: Meerval

Wetenschappelijke naam: Silurus glanis

Lengte: tot 5 m

Gewicht: tot 300 kg

Voedsel: vissen, amfibieën, watervogels

Verspreiding: zoetwater Europa

Status: thans niet bedreigd

 

Bron: www.wnf.nl

Haas, pool

De Poolhaas

Dankzij zijn spierwitte winterpels is poolhaas vrijwel onzichtbaar tegen de besneeuwde achtergrondvan zijn noordelijke leefgebied. Zo'n perfect camouflage, gecombineerd met zijn snelheid en behendigheid, maken deze haas tamelijk brutaal. Hij kan al z'n energie gebruiken als het echt moet. Dankzij een paar kangaroeachtige poten kan hij razendsnel weg springen en zijn achtervolgers afschudden.

Leefgebied

De poolhaas komt voor in de zeer koude gebieden van Noord-Amerika.

Voedsel

De Poolhaas eet vooral houtachtige planten. Hij eet vrijwel elke plant die hij te pakken kan krijgen: schors, twijgen en wortels van dwergenwilgen, mossen, korstmossen, knoppen, bessen, bladeren en zeewier. Met zijn goedontwikkelde reukvermogen vindt deze haas zelfs een wilg in het haas, die hij al stamped en knagend uitgraaft. Vanwege het korte zomerseizoen in het leefgebied van de haas verzamelen zich grote groepen op die plekken waar planten groeien. Tijdens de winter begeven ze zich naar beschutte gebieden met minder sneeuwval of naar hooggelegen grond waar stormen de sneeuw hebben weggeblazen.  Zo hoeven ze zich niet door dikke lagen sneeuw te graven om bij hun voedsel te komen. Zijn grote is handig, want zelfs aan spaarzame vegetatie heeft de poolhaas genoeg om te overleven.

Voorptlanting

In het paarseizoen vechtende rammelaars (mannetje) met elkaar. Dat doen ze door met hun voorpoten te meppen en te schoppen met hun achterpoten. Bij het paren kan het er al even wreed aan toegaan en kan de moerhaas (vrouwtje) ernstig gewond raken. Ze richt een nest in door een verborgen holte te bekleden met droge planten of bont. De jongen worden geboren in de arctische zomer. Het vrouwtje werpt soms vaker dan twee keer per jaar. Binnen twee weken zijn de jongen onafhankelijk. Als de winter aanbreekt zijn ze volgroeid en klaar om zich aan te sluiten bij de oudere dieren. Poolhazen zijn meer samen dan andere soorten. In hun zuidelijk verspreidingsgebied vormen ze kleine familiegroepen, die in het noorden tijdelijk uit zo'n 200 dieren kunnen bestaan. Bij gevaar waarschuwt de haas zijn groepsleden door met zijn achterpoten te trommelen.

De poolhaas bouwt legers: eenvoudige nesten, uitgegraven in de grond, de sneeuw of het gras. Soms maken de dieren samen sneeuwwallen als bescherming tegen de ijzige wind. De hazan zijn nachtdieren en worden na zonsondergang actief. Overdag slapen ze in hun leger of in de beschutting van een rotsblok of in een rotsspleet.

Paspoort

Naam: Poolhaas

Wetenschappelijke naam: Lepus arcticus

Lengte: 40 - 60 cm, staart 5 - 10 cm

Gewicht: 2,5 - 7 kg

Voedsel: schors, poolwilgen, mos, bessen, bladeren

Verspreiding: Noorden van Canada, Groenland

Status: algemeen

 

Bron: www.wnf.nl

Vlinder, citroen

De Citroenvlinder

De spanwijdte is tussen de 50 en 60 millimeter, de mannetjes zijn meer geel, de vrouwtjes meer groen van kleur maar dit is in het veld niet altijd even eenvoudig te zien. Ze vallen zowel in vlucht als bij bezoek aan bloemen goed op. De vrouwtjes zijn ook veel bleker van kleur en worden soms verward met de witjes. Beide seksen zijn te herkennen aan een oranje stip op iedere vleugelpunt maar dit is in vlucht moeilijk te zien.

De vlinder is uitstekend gecamoufleerd en het hele lichaam is hierop aangepast. De onregelmatige oranjebruine vlekjes lijken sprekend op de brandgaatjes in bladeren. De vleugeladering is lichter en duidelijk te zien en lijkt op de nerven van een blad. De donkere uiteinden van de adering op de vleugelrand lijkt op de bladrand en zelfs kleine stekeltjes worden nagebootst. De citroenvlinder heeft geen oogvlekken of andere schrikkleuren aan de boven (binnen)zijde van de vleugels, en vouwt deze in rust nooit open, zodat hij perfect lijkt op een blad.

Afbeelding:Zitronenfalter.jpg

Leefgebied

De citroenvlinder komt voor in grote delen van Noord-Afrika, delen van Azië en in grote delen van Europa, ook in Nederland en België. De vlinder is een zwervende soort die overal kan worden aangetroffen maar vlak voordat er gepaard moet worden zoeken de vlinders de waardplanten op. De enige twee soorten waarvan de rupsen kunnen leven zijn sprokkelhout en wegedoorn, die in en rond bossen en houtwallen groeien. Rond de paartijd kunnen de vlinders hier massaal worden aangetroffen.

Voortplanting

De citroenvlinder is een van de langstlevende soorten die als volwassen imago meer dan een jaar oud kan worden. De vliegtijd is van juli tot en met oktober en van februari tot en met mei. In de tussentijd wordt een winterslaap gehouden in holten in bomen of lage, groene struiken zodat de vlinder moeilijk te vinden en goed gecamoufleerd is. Ook als het imago rond juni uit zijn pop komt wordt al snel een soort zomerslaap gehouden. Hierdoor wordt het grootste deel van het relatief lange leven al rustend doorgebracht.

De rups meet ongeveer vier centimeter, heeft een langgerekt groen lijf met een witte lengtestreep langs de gehele zijkant. De rups neemt de groene kleur van de voedselplant aan. Over het hele lichaam zit een niet dichte, zwarte beharing. De rupsen ontwikkelen zich zeer snel in drie tot vijf weken, ook de pop is groen van kleur en moeilijk te zien.

Paspoort

Naam: Citroenvlinder

Wetenschappelijke naam: Gonepteryx rhamni

Leeftijd: bijna 1 jaar

Lengte: tot 30 mm lichaamslengte; spanwijdte 50 - 60 mm

Voedsel: nectar; rups: blad vuilboom en wegedoorn

Leefgebied: bosranden, tuinen

Verspreiding: Van West-Europa en Noord-Afrika tot Siberië

 

Bron: www.wnf.nl

Nieuws

Nieuws!

Nieuws!

 

Deze community aanraden!!!

Vind je deze community erg leuk, mooi of informatief! Raad deze dan aan bij vrienden en familie. Klik hier. 

www.wnf.nl

 

Het huidige aantal rubrieken op Animal World is:

329

 

--------------------------------------------------------------------------------------------

Vragen?

Heb je vragen, opmerkingen, foto's of informatie? Mail ze dan naar mij! Je kunt natuurlijk ook altijd met je vragen terecht op het forum.

Als je een bepaald diersoort als dier van de week wilt, mail mij dan snel! Dan komt jouw dier mischien wel in de poll en kan iedereen er op stemmen en wordt jouw dier mischien wel dier van de week!

Lid worden

Lid worden

Het zou leuk zijn als je lid zou worden van deze community. Je krijgt dan toegang tot alle rubrieken. Lid zijn kost geen geld en heeft alleen maar voordelen!!!

 

Ben je geen abonnee van Zeelandnet? maak dan hier een gastaccount aan!

                                                                                                                                                                                                                       

Weer

Het weer op Antarctica:

Pelikaan, roze

De Roze pelikaan

Een volwassen vogel heeft een wit kleed, vaak met een oranjeroze zweem (voornamelijk in het broedseizoen). De voorborst is geel. De slagpennen zijn bij volwassen dieren zwart, en in de vlucht goed zichtbaar, waarbij ze contrasteren met de andere witte veren op de onderzijde. Bij juveniele roze pelikanen is de mantel bruin met grijs, en de onderzijde asgrauw. Ze worden witter naarmate ze ouder worden. De juveniele dieren hebben een donkere vleugelvoorrand. De snavel is grijzig geel, en de grote keelzak is heldergeel, oranje of rozewit van kleur. Aan het einde van bovensnavel zit een scherpe haak. De korte poten zijn oranjeroze. Tussen de vier tenen bevindt zich een zwemvlies. De ogen zijn donkerbruin en omringd door naakte geelroze huid. Een roze pelikaan in broedkleed heeft behalve de roze zweem over het kleed een kuif en een gele halsvlek, en worden de kleuren van de snavel en de keelzak helderder. Ook zwelt de kale huidplek rond de ogen op.

De eveneens in Zuidoost-Europa voorkomende kroeskoppelikaan (Pelecanus crispus) wordt iets groter. Ook zijn de poten van de kroeskoppelikaan grijs in plaats van roze, is de ondervleugel niet contrasterend zwart-wit maar egaal vuil bruin. Juveniele roze pelikanen zijn donkerder van kleur dan juveniele kroeskoppelikanen.

Leefgebied

De roze pelikaan komt voor in Zuidoost-Europa, Rusland, West- en Centraal-Azië (tot in Mongolië en Noord-India) en het grootste deel van Afrika, in meren (zowel in zoetwater als in zoutwater), rivierdelta's, moerassen, baaien en rond binnenzeeën. Ze vissen voornamelijk in ondiepe meren. In Europa broedt hij voornamelijk in de delta van de Donau, maar ook op het Prespameer, op de grens van Griekenland en Macedonië. De Afrikaanse en Indische populaties zijn standvogels.

De Europese en Noordwest-Aziatische populaties trekken in oktober in grote groepen weg naar het gebied rond de Rode Zeezuidwaarts tot Oost-Afrika. Ze worden hierbij soms vergezeld door ooievaars en roofvogels. Veel exemplaren verzamelen zich op de trek langs de kust van Israël, waar groepen van enkele duizenden dieren kunnen voorkomen. Eind april, begin mei keren ze weer terug. Tijdens de trek leggen ze afstanden af van 1500 tot 6500 km.

Soms verdwalen ze tijdens de trek tot in Nederland, maar dit komt zelden voor. De meeste in Nederland waargenomen dieren zijn waarschijnlijker ontsnapt uit gevangenschap. In Duitsland komt hij vaker als dwaalgast voor. In het Duitse Bodenmeer is ooit zelfs een zwerm van ongeveer honderddertig dieren waargenomen.

Voedsel

De roze pelikaan eet voornamelijk vis, zowel kleine als grote. In Europa en Azië leeft hij voornamelijk van karperachtigen als karper, brasem en voorn, aangevuld met modderkruipers, snoek en baars. In Afrika jaagt hij voornamelijk op tilapia's en andere cilchiden. Hij kan een vis van 1,85 kg in zijn geheel doorslikken, en eet 900 tot 1200 gram per dag.

De roze pelikaan kan door zijn lichte bouw niet duiken, en moet dus zijn prooi van het wateroppervlak vissen. Vissen gebeurt voornamelijk in groepen, alhoewel de roze pelikaan ook alleen vis kan vangen. Een groep van zes tot twintig pelikanen vormen tijdens het vissen een kring in hoefijzerformatie, en zwemmen naar voren. Als de pelikanen een school vissen hebben gevonden, steken ze de snavel in het water en houden ze hun vleugels boven hun rug. Regelmatig wordt de kop haast synchroon omhoog getild, waarna het ritueel meerdere malen wordt herhaald. De vissen kunnen aan de wand aan opengesperde snavels lastig ontsnappen en zitten zo in de val. Met de grote keelzak, met een inhoud van twaalf liter, scheppen ze zo de vis uit het water. Met de haakvormige punt aan de snavel grijpt hij de vissen vast, die hij daarna in de lucht gooit om hem weer op te vangen in de keelzak en hem inslikt.

Voortplanting

De roze pelikaan leeft in grote kolonies. Het is een zeer sociale soort, die altijd het gezelschap van soortgenoten opzoekt. Een eenzame pelikaan is meestal een ziek of verdwaald dier. In Afrika kan een zwerm uit enkele duizenden dieren bestaan, vooral in de winter, als zwermen uit Europa zich vermengen met de Afrikaanse dieren. In Afrika wordt hij meestal vergezeld door andere watervogels als maraboes, aalscholvers en flamingo's. De zwerm kent geen rangorde, maar oudere dieren krijgen wel de beste prooien, mede omdat ze het meeste ervaring hebben met het vangen van prooien. Agressie komt zelden voor, en is meestal beperkt tot een korte ruzie over nestmateriaal of een vis. Mocht de ruzie toch uit de hand lopen, kan hij de keelzak van zijn rivaal lelijk verwonden met de haak aan het einde van de bovensnavel.

Slapen en rusten gebeurt eveneens in groepen, voornamelijk in rietkragen. Bij gebrek aan riet of andere hoge oeverbegroeiing rusten ze op eilandjes en zandbanken. De gunstigste rustplaatsen worden geregeld bezocht. Als slapen op de grond te gevaarlijk is (bijvoorbeeld door jagers) of als hij door slecht weer niet op tijd een gunstige slaapplaats heeft kunnen vinden, slaapt de roze pelikaan zelfs in een boom.

Het broedseizoen loopt van mei tot juli. Tijdens de balts verzamelen de mannetjes in groepen, en pronken ze tegen elkaar op. De hierdoor aangetrokken vrouwtjes kiezen een mannetje uit. Soms gaan meerdere mannetjes achter een vrouwtje aan, waarvan een zich vaak als de leider gedraagt. Uit deze groep kiest het vrouwtje haar partner. Hierna gaat de balts verder. De twee zonderen zich even af om de band te verstevigen, waarna ze zich weer samenvoegen bij de groep. Het mannetje wijkt hierbij niet van haar zijde. Het vrouwtje kiest de nestplaats in de broedkolonie. Een geschikte broedplaats bevindt zich meestal in rietkragen of lage zand- en moddereilandjes in rivierdelta's en ondiepe (visrijke) meren. Als ze een geschikte plek heeft gevonden. krabt ze in de grond met haar snavel en neemt ze op de plek plaats. Hierna vindt de paring plaats. Hierna gaat het mannetje op zoek naar geschikt nestmateriaal, dat hij in de snavel vervoert. Het vrouwtje bouwt het nest.

De roze pelikaan broedt in een groot nest van riet, lisdodde en twijgen tussen platgetrapt riet. Een legsel bestaat uit één tot drie (meestal twee) eieren, die een dag na elkaar worden gelegd. Het ei weegt 155 tot 195 gram. Het broeden wordt door beide ouders gedaan, maar het vrouwtje zit het langst op het nest. Het broedende ouderdier slaapt op het nest, het nietbroedende dier naast het nest of in het foerageergebied. Na 29 tot 32 dagen komen de eieren uit. Bij de geboorte is het jong kaal. Na drie tot veertien dagen ontwikkelt zich een spaarzaam donskleed. Het blijft veertien dagen op het nest. Het jong wordt tweemaal per dag gevoerd door beide ouders. De eerste twee weken eet het jong een door de ouders opgebraakte brij. Later moeten ze zelf met hun kop de keelzak in, om de stukken vis uit de slokdarm van het ouderdier te halen. De broedkolonie bevindt zich soms ver van de foerageergebieden af, waardoor de ouderdieren vaak tien tot vijftig, soms wel honderd km op een dag moeten afleggen.

Na drie tot vier weken verzamelen de jongen zich in zogenaamde crèches. Deze crèches worden in de gaten gehouden door enkele volwassen dieren. De jonge pelikanen hebben dan een dicht, donkerbruin donskleed. Als de ouders de crèche bezoeken om te voeren, herkennen zij hun jongen. Als de pelikanen twee maanden oud zijn, kunnen ze hun eigen voedsel zoeken, en vanaf die tijd verlaten ze de crèche. Na 65 tot 70 dagen zijn ze in staat om te vliegen en zijn ze zelfstandig. Na drie tot vier jaar zijn ze geslachtsrijp.

Paspoort

Naam: Roze pelikaan

Wetenschappelijke naam: Pelecanus onocrotalus

Leeftijd: in gevangeschap max. 30 jaar

Lengte: 140 tot 178 cm lang; spanwijdte 270 tot 360 cm

Gewicht: 9 tot 11 kg

Voedsel: voornamelijk vis

Verspreiding: Zuidoost-Europa, Azië

 

Animal World © 2003-2006

Viskat

De Viskat

De viskat heeft een olijfgrijze vacht met donkere vlekken. Door de korte poten, het lange lijf en de gevlekte vacht wordt de vissende kat soms vergeleken met de civetkatten. Daaraan heeft de soort ook zijn soortnaam viverrinus, wat civetkat betekent, te danken. Tussen de klauwen van de voorpoten zitten deels vliezen, waardoor de klauwen iets vooruit steken, zelfs als ze geheel zijn ingetrokken.

Leefgebied

De vissende kat komt voor in de wetlands van Zuidoost-Azië. Hij komt voor van Pakistan, Noord-India, Nepal en Zuid-China zuidwaarts tot Sri-Lanka, Sumatra en Java, tot een hoogte van 1525 meter in de Himalaya. De vissende kat is afhankelijk van water, en komt voornamelijk voor in waterrijke gebieden met dichtbegroeide oevers, als moerassen, meren, rivieren, traagstromende beken en rivier's grenzend aan bossen, rietvelden en mangrovedelta.

Voedsel

De vissende kat is een solitair jager, die 's avonds en 's nachts op jacht gaat. Overdag verblijft hij in dicht struikgewas of in een holle boomstam. De vissende kat eet voornamelijk waterdieren als vissen, schelpdieren, kikkers, kreeftahtigen als kreeften en krabben, waterinsecten, watervogels en slangen. Op het land vangen ze vogels en zoogdieren van muizen tot civetkatten, axishert kalveren en varkens. Ook eten ze aas, bijvoorbeeld door tijgers achtergelaten kadavers. Hij vangt vissen en kikkers door in ondiep water te duiken en de dieren met de bek te vangen, of door langs de oever de dieren uit het water te slaan met de voorpoten. Het is een goede zwemmer, die brede rivieren kan oversteken.

Voortplanting

De vissende kat krijgt 1 tot 4 jongen na een draagtijd van 63 tot 70 dagen. Een vrouwtje werpt ongeveer twee tot drie welpen. Na 10 maanden zijn de jongen onafhankelijk. De vissende kat wordt gemiddeld twaalf jaar oud.

Paspoort

Naam: Viskat

Wetenschappelijke naam: Felis viverrinus

Leeftijd: 12 jaar

Lengte: 75 - 85 cm, staart 25 - 30 cm

Gewicht: 8 - 14 kg

Voedsel: kleine zoogdieren, vogels, vissen, kikkers, insecten

Verpsreiding: Zuidoost-Azië

Status± kwetsbaar

 

Bron: www.wnf.nl

Hert, muildier

Het Muildierhert

Het muildierhert heeft een bruine vacht. Zomers is deze meer rossig tot gelig bruin, 's winters is de vacht grijziger van kleur. De buik is roomwit van kleur, de binnenzijde van de poten, de keelvlek en het binnenste van de oren zijn wit. De staart is aan de bovenzijde wit met een zwart puntje. Bij herten langs de Pasifische kust is de bovenzijde geheel zwart of donkerbruin. Kalfjes hebben een gevlekte vacht. Dit hert dankt zijn naam aan de nogal lange oren.

 

 Afbeelding:Mule Deer in Bryce Canyon.jpg

Leefgebied

Muildierherten leven langs bosranden, in bergen en voorgebergten in gemengde wouden. Ze leven in het westen van Noord-Amerika: in zowel de Verenigde Staten, Canda als Noord-Mexico. Vooral in de Rocky Mountains zijn ze algemeen. Het hert is ingevoerd op Hawai en in Argentinië.

Voedsel

Het muildierhert is vooral actief in de schemering en op nachten met een heldere maan. 's Winters laat hij zich ook overdag zien. In berggebieden trekt het muildierhert in de winter naar de dalen. Het hert eet 's zomers kruiden en bessen, en 's winters twijgen van naald- en loofbomen. Ook eet hij eikels en appels.

Voortplanting

Het muildierhert leeft in kleine familiegroepjes, bestaande uit een vrouwtje, haar kalfjes en soms ook de éénjarige jongen van de vorige worp. 's Winters voegen deze groepen zich vaak samen in kleine gemengde groepen. Buiten de winter zijn de hinden vrij agressief tegenover andere vrouwtjes. Hertenbokken leven solitair, maar buiten de bronsstijd kunnen ze ook in groepjes van twee leven. Het woongebied van de bok is groter dan die van de hinde.

De bronsstijd loopt van de herfst tot de vroege winter. Tijdens de bronsttijd verlaten veel dieren hun gebruikelijke woongebied. Bokken zijn polygaam, en proberen soms een kudde van hindes te vormen. Ook de hinde paart meestal met meerdere bokken. Meestal vechten de bokken met elkaar door middel van dreiggedrag, maar soms wordt er gevochten met de geweien, waarbij de bokken elkaars kop naar beneden proberen te drukken. Meestal ontstaan er geen verwondingen bij deze gevechten, maar soms raken de geweien verstrikt, waarbij beide bokken zullen sterven door verhongering.

In juni en augustus worden na een draagtijd van zes tot zeven maanden één à twee kalfjes geboren. Tweelingen zijn algemener bij oudere hindes, terwijl hindes die voor de eerste keer jongen slechts één kalf krijgen. Ze wegen bij de geboorte ongeveer 3,6 kilogram. De eerste maand worden de kalfjes achtergelaten terwijl de moeder gaat grazen. Ze zoekt de kalfjes regelmatig op zodat ze kunnen worden gezoogd.

De belangrijkste natuurlijke vijanden van het muildierhert is de poema en de wolf. Ook lynxen en beren grijpen wel eens een hert, en coyotes vangen een enkele keer een kalf. Mensen jagen ook op het muildierhert, als trofee of vanwege schade aan de landbouw.

Paspoort

Naam: Muildierhert

Wetenschappelijke naam: Odocoileus hemionus

Lengte: 85 - 210 cm; staart 10 - 35 cm; schouderhoogte tot 60 - 120 cm

Gewicht: 55 - 210 kg

Voedsel: gras, kruidachtige planten en bladeren

Verpreiding: westelijk Noord-Amerika

 

Bron: www.wnf.nl

Omhoog