
Hieronder vind je zo compleet mogelijk informatie over astma en hoe je er mee om moet gaan.

Wat is astma?
Astma is een chronische ontsteking van de luchtwegen. Mensen met astma kunnen soms moeilijk ademhalen: zij worden kortademig, ademen 'piepend' of moeten hoesten. Dit komt doordat hun luchtwegen snel geprikkeld raken door allerlei stoffen. Veel mensen met astma zijn allergisch. De aanleg voor astma en voor allergieën is erfelijk. Ongeveer een op de tien Nederlanders heeft luchtwegklachten. Dat zijn 1,6 miljoen mensen. Twee op de honderd heeft daardoor ernstige beperkingen. Dat zijn 300.000 mensen. Twintig tot veertig procent van het ziekteverzuim in Nederland komt door luchtwegklachten (astma en COPD).
Een nieuwe naam
Astma, longemfyseem en chronische bronchitis werden vaak met één naam aangeduid: CARA. Ze hebben allemaal te maken met ontstekingen van de luchtwegen. Maar de ontsteking bij astma heeft een andere oorzaak dan die bij chronische bronchitis en longemfyseem. Ook de behandeling is anders. Vandaar dat nu wordt gesproken over astma en COPD. COPD is de nieuwe naam voor chronische bronchitis en longemfyseem. Bij COPD is roken de belangrijkste oorzaak. Chronische bronchitis komt bij kinderen niet voor. Wanneer kinderen bronchitis hebben, komt dat meestal door een virusinfectie.
Heb ik astma?
Het is belangrijk om te weten waar iemand gevoelig voor is en welke behandeling het beste helpt. Een arts probeert daar samen met de patiënt achter te komen. De arts, meestal een huisarts, kan op verschillende manieren zoeken naar de oorzaak van de klachten. Meestal gaat dit als volgt.
Bij de huisarts
Meestal stelt een arts eerst vragen over onder meer: eventueel rookgedrag en bij kinderen: roken van moeder tijdens de zwangerschap; het soort klachten (kortademigheid, piepen, hoesten); andere allergische klachten, zoals eczeem of hooikoorts; het verloop en de ernst van de klachten; de omstandigheden en andere prikkels waarvan iemand benauwd wordt; de situatie in huis (huisdieren, rokers); het vóórkomen van astma of allergie in de familie; het al dan niet sporten; verzuim van school of werk vanwege de klachten.De informatie die u zelf aan de arts kunt geven, is heel belangrijk. U weet immers uit eigen ervaring waar u of uw kind overgevoelig voor zijn. De arts heeft deze informatie echt nodig om te bepalen wat er aan de hand is.
Onderzoek
Lichamelijk onderzoek
De arts kijkt bij het lichamelijk onderzoek vooral naar: de neus, mond- en keelholte, de borstkas, de buik en de huid. Hij onderzoekt hoe de ademhaling verloopt door te luisteren naar hart en longen, ook met de stethoscoop. Bij kinderen let de arts speciaal op lengte, gewicht en de algemene conditie van het kind.
Reversibiliteitstest
De arts kan onderzoeken of de vernauwing van de luchtwegen (met medicijnen) op te heffen is (reversibel is, dat betekent omkeerbaar). Dit gebeurt met een piekstroommeter. Hoe meer lucht iemand in één keer door het apparaatje kan blazen, hoe hoger de waarde is die het wijzertje aangeeft. Als iemand na het inhaleren van bepaalde medicijnen een veel hogere waarde blaast dan ervoor, dan geeft dat aan: dat de luchtwegen voor het inhaleren vernauwd waren; dat de vernauwing op te heffen is.
Uitleggen aan kinderen
De genoemde onderzoeken zijn voor een kind niet ingrijpend, maar kunnen toch wel indruk maken. Daarom is het goed om een kind uit te leggen wat er precies gaat gebeuren. Vertel ook de uitslagen. Dan begrijpt een kind beter hoe zijn luchtwegen werken en waarom het medicijnen moet nemen bijvoorbeeld
Prikkels vermijden
De beste behandeling is het voorkómen van klachten. Astma is namelijk niet te genezen, maar het helpt vaak wel om uit de buurt te blijven van prikkelende stoffen.
Buitenshuis is het soms lastig om prikkelende stoffen en situaties te vermijden of aan te passen. In het eigen huis is wel het nodige aan te passen. Dit wordt 'saneren' genoemd, letterlijk: gezond maken. Het houdt in dat de woonomgeving zo wordt ingericht dat er zo min mogelijk prikkelende stoffen zijn waarvan iemand astmaklachten krijgt.
Saneren in vier stappen
Voor saneren is het belangrijk om samen met een gespecialiseerde longverpleegkundige af te wegen wat wel of geen zin heeft om aan te pakken. Zomaar hier en daar in huis iets vervangen blijkt weinig effect te hebben. Daarom is het goed om van tevoren met de verpleegkundige een saneringsplan op te stellen. Er zijn vier stappen aan te geven:
Stap 1: kijk samen met uw arts en/of de longverpleegkundige voor welke prikkels u gevoelig bent; Stap 2: waar vindt u deze prikkels in uw huis? Stap 3: opstellen van een plan: welke maatregelen zijn haalbaar en effectief? Stap 4: uitvoering van de gekozen maatregelen.
Kosten van saneren
Mogelijk komt u in aanmerking voor een tegemoetkoming in de extra kosten die u zult maken. Vaak moet u daarvoor wel een saneringsadvies van een gespecialiseerde longverpleegkundige hebben. Informeer bij uw gemeente naar de mogelijkheden van de Wet Voorzieningen Gehandicapten (WVG). De uitvoering verschilt per gemeente.
Voor vergoeding van allergeendichte matras-, kussen- en dekbedhoezen kunt u terecht bij uw ziektekostenverzekeraar
Huisstofmijt Veel mensen met astma zijn allergisch voor huisstofmijt. Belangrijke saneringsmaatregelen hebben pakken de leefcondities van de huisstofmijt aan. Daarnaast is het zaak de huisstofmijt te doden en de allergenen te verwijderen. De leefcondities van de huisstofmijt kunt u aanpakken door de beschutting weg te nemen en de relatieve vochtigheid te verlagen.
Beschutting wegnemen door: matrassen, dekbedden en kussens te voorzien van allergeendichte hoezen; gestoffeerd meubilair te vervangen door gladde meubels; textiele vloerbedekking te vervangen door gladde vloerbedekking. De relatieve luchtvochtigheid in huis verlagen door: continu goed te ventileren, zelfs bij vochtig weer; gelijkmatig te verwarmen; vocht af te voeren bij de bron. De grootste bronnen van vocht zijn: de keuken, de badkamer, bouwvocht, lekkage en de kruipruimte. Huisstofmijten doden en allergenen verwijderen
Door te wassen op 60 graden worden mijten gedood en de allergenen uitgespoeld. Het materiaal een week in de diepvries leggen bij -20 graden en daarna uitspoelen, heeft hetzelfde effect. Dit is aan te raden voor het beddengoed, maar ook voor knuffels en kussens uit de woonkamer.
Sinds kort is er een mijtendodend wasmiddel te koop, Acaryl (informatie bij sanatie- en allergiewinkels). Er zijn ook mijtendodende reinigingsmiddelen voor textiele vloerbedekking en meubelbekleding.
Medicijnen Bijna alle mensen met astma gebruiken medicijnen, meestal inhalatiemiddelen. In de praktijk blijken veel mensen hun medicijnen niet goed te gebruiken. Dan helpen de medicijnen niet. Vraag daarom aan uw arts duidelijke uitleg over hoe, wanneer en waarom u het middel moet gebruiken. Een paar adviezen voor gebruikers van astmamedicijnen: Zorg dat u weet hoe en wanneer u het middel moet gebruiken. Het beste is om uw arts te laten zien hoe u de medicijnen inhaleert. Dat is ook verstandig als u ze al lange tijd gebruikt. Gebruik nooit méér medicijn dan voorgeschreven zonder met uw arts te overleggen. Dat geldt ook voor luchtwegverwijders. Bij twijfel of het medicijn nog wel genoeg helpt, is het raadzaam om met uw arts te overleggen over het middel en de dosis. Adviezen voor ouders
Kinderen met weinig klachten hebben vaak alleen medicijnen nodig wanneer ze benauwd zijn. Zorg dat een kind bij benauwdheid meteen het medicijn gebruikt. Beginnende benauwdheid is makkelijker te stoppen dan een aanval die al langer duurt. Het is goed om een kind uit te leggen waarom het medicijnen moet nemen en hoe die de benauwdheid kunnen voorkomen of wegnemen. Vertel ook dat de arts moet uitproberen welke medicijnen en welke hoeveelheden het beste werken bij het kind.
Verschillende soorten Astmamedicijnen zijn te verdelen in: ontstekingsremmers - deze beschermen tegen prikkels en bestrijden de ontsteking; luchtwegverwijders - deze verwijden de luchtwegen vrijwel direct en beschermen tegen inspanningsastma.Ontstekingsremmers
Iemand die minstens twee keer per week luchtwegverwijders nodig heeft, moet dagelijks ontstekingsremmers gaan gebruiken. Ook wanneer hij niet benauwd is. Ontstekingsremmers bestrijden de ontsteking en beschermen tegen prikkels.
Stop of minder nooit zonder overleg met de arts met het gebruik van ontstekingsremmers. Anders kan de conditie van de luchtwegen verslechteren. Zo'n voortdurende onderhoudsbehandeling die benauwdheid voorkomt, is te vergelijken met een jas: die beschermt tegen de kou en voorkomt dat je last krijgt van de kou.
Voorbeelden van ontstekingsremmers zijn de inhalatie-corticosteroïden: natriumcromoglicaat (Lomudal), nedocromil (Tilade), beclometason (Aerobec, Becotide, Qvar), budesonide (Pulmicort) en fluticason (Flixotide). Een zwaardere behandeling kan bestaan uit corticosteroïd-tabletten, bijvoorbeeld betamethason (Celestone), dexamethason, prednison, prednisolon of triamcinolon. Luchtwegverwijders
Luchtwegverwijders geven meer lucht. Ze maken de luchtwegen wijder, doordat ze de spiertjes er omheen laten ontspannen. Deze middelen helpen vooral bij kortademigheid.
Luchtwegverwijders doen niets aan de ontsteking in de luchtwegen. Iemand die minstens twee keer per week luchtwegverwijders nodig heeft, moet dagelijks ontstekingsremmers gaan gebruiken.
Soms is een luchtwegverwijder ook preventief te gebruiken, dus om benauwdheid te voorkomen. Een kind kan bijvoorbeeld van tevoren een pufje nemen, zodat het toch mee kan naar de dierentuin of een sporttoernooi.
Voorbeelden van luchtwegverwijders zijn: fenoterol/ipratropium (Berodual), salbutamol (Aerolin, Airomir, Ventolin), salbutamol/ipratropium (Combivent), terbutaline (Bricanyl), ipratropium (Atrovent), salmeterol (Serevent) en theofylline (onder meer Euphylong).
Griepprik
Mensen met astma kunnen griep en andere luchtweginfecties maar beter voorkomen. Elke infectie maakt de luchtwegen meer prikkelbaar en kan een aanval uitlokken. Een jaarlijkse griepprik is daarom zeker aan te raden.
Inhaleren De meeste astmamedicijnen zijn om te inhaleren, dus in te ademen. Medicijnen die geïnhaleerd worden, komen direct waar het nodig is: in de luchtwegen en longen. Daardoor is er minder medicijn nodig dan bij tabletten, die via het bloed het lichaam door gaan. Inhalatiemedicijnen hebben ook nauwelijks bijwerkingen. Juiste inhalatietechniek
Bij inhalatiemedicijnen is het wel zaak om ze op de juiste manier te gebruiken. Dat is lastiger dan het lijkt, want de verschillende inhalatoren hebben ieder hun eigen gebruiksaanwijzing. Alleen als de gebruiker goed inhaleert, komt er voldoende medicijn in de longen. De arts, apotheker of longverpleegkundige kan helpen om de juiste inhalatietechniek aan te leren. Om heesheid te voorkomen, is het belangrijk achteraf de mond te spoelen. Er zijn zogenaamde inhalatiekamers of voorzetkamers die het inhaleren van een verstuiver makkelijker maken.
Inhaleren bij kinderen
Inhalatiemedicijnen hebben ook bij jonge kinderen belangrijke voordelen boven pillen of drankjes: er is minder medicijn nodig, de medicijnen hebben minder bijwerkingen en luchtwegverwijders werken sneller. Inhaleren kan op alle leeftijden. De keuze van de inhalator hangt af van de leeftijd van een kind: tot zes maanden: meestal een jetvernevelaar; baby's vanaf zes maanden en peuters: meestal een verstuiver met inhalatiekamer en baby- of kindermasker; van ongeveer drie tot zes jaar: inhalatiekamer met mondstuk; vanaf ongeveer zes jaar: een poederinhalator
Werking en bijwerking
Gewenning
Bij astmamedicijnen is geen sprake van gewenning of verslaving. Ook bij een volwassene die als kind regelmatig medicijnen gebruikte, werken ze nog steeds goed. Wanneer een luchtwegverwijder niet genoeg helpt bij kortademigheid, kan dat komen door verkeerd gebruik of door hevige vernauwing van de luchtwegen. In het laatste geval is het raadzaam met de arts te overleggen over het middel en de hoeveelheid.
Bij kinderen die inhalatiemiddelen gebruiken hangt de hoeveelheid medicijn alleen af van de ernst van het astma en niet van het gewicht van het kind, zoals bij tabletten. Zuigelingen krijgen een hogere dosis dan kleuters. Baby's inhaleren nog niet goed en krijgen dus maar een klein deel van de medicijnen in de luchtwegen.
Bijwerkingen
De medicijnen voor astma zijn in de loop van de jaren zo verbeterd dat de meeste gebruikers niet of nauwelijks last hebben van bijwerkingen. Astmamedicijnen werken steeds sneller en effectiever, bijvoorbeeld doordat ze bij het inhaleren verder in de longen komen. Het is verstandig sowieso raadzaam om het aan uw arts te vertellen wanneer elkeu bepaalde bijwerkingen u denkt te voelen. Soms geeft een vergelijkbaar middel minder bijwerkingen. Ook wanneer u zwanger bent, kunt u het beste met uw arts overleggen of u uw medicijngebruik moet aanpassen. Tijdens de zwangerschap is benauwdheid van de moeder altijd schadelijker voor het kindje dan de medicijnen zelf. Het geven van borstvoeding is vrijwel altijd mogelijk. Inhalatiemedicijnen komen niet of nauwelijks in de moedermelk terecht.
Bewegen
U kunt zelf iets aan uw klachten doen door aan uw conditie te werken. Dat geldt voor kinderen én volwassenen. Wie sport en beweegt, wordt fitter: krijgt een groter uithoudingsvermogen, wordt leniger, behendiger en krijgt meer spierkracht. Dat geeft meer zelfvertrouwen en een goed gevoel. De ademhaling is beter te controleren. Ook kan de longinhoud toenemen en worden de ademhalingsspieren sterker.
Vóór het sporten
Astma en sport gaan prima samen. Wanneer u weet dat u tijdens het sporten benauwd wordt (inspanningsastma), kunt u uit voorzorg het volgende doen:
voor het sporten medicijnen inhaleren; genoeg oefeningen doen (lopen, stretchen, inspelen) om op te warmen; bij buitensport met koud weer een sjaal dragen om de inademingslucht voor te verwarmen.
Omgeving
Informeer familie en kennissen
Er zijn meer situaties waarin het handig is dat mensen uit uw omgeving weten wat uw astma inhoudt. Dan kunnen zij rekening met u houden: door niet te roken op een verjaardag, geen parfum op te doen of vaker naar ú toe te komen, omdat zij een huisdier hebben waarvoor u allergisch bent. Veel mensen zullen begrip hebben voor uw beperkingen wanneer u uitlegt dat deze door uw astma komen. Misschien vindt u het moeilijk om erover te praten. Laat anderen dan informatie van deze website lezen of geef ze de brochure? Ook u kunt iets doen? van het Astma Fonds.
Misverstanden
Door anderen over uw astma te vertellen, kunt u allerlei misverstanden wegnemen. Mensen zeggen bijvoorbeeld wel eens: 'Astma is besmettelijk'. Dat is niet waar. Astma kan wel in bepaalde families veel voorkomen, omdat de aanleg voor astma erfelijk is. 'Astma zit tussen je oren'. Emoties kunnen invloed hebben op benauwdheid, maar alleen mensen met de lichamelijke aanleg voor astma kunnen een aanval van benauwheid krijgen. 'Aan astma ga je niet dood.' Het komt zelden voor dat iemand stikt in een astma-aanval, maar het kan wel gebeuren. Daarom is het belangrijk dat mensen met astma hun klachten goed in de gaten houden en hun medicijnen zorgvuldig gebruiken. 'Je groeit er overheen.' Niet helemaal waar. De aanleg voor astma verdwijnt niet. Klachten kunnen altijd de kop weer op steken, vooral als iemand opnieuw gaat roken. 'Rust houden' Rust nemen lijkt voor de hand liggen. Maar door een goede behandeling kan iemand met astma aan veel activiteiten meedoen en vaak ook sporten. Beweging is zelfs goed om de astmaklachten in de hand te houden.
Werk en beroep
Ook op het werk of op school is het goed om anderen te vertellen over uw of jouw astma. Dat voorkomt vervelende reacties, wanneer u een keer verzuimt of niet kunt meedoen aan een activiteit. Heeft u vragen over de keuze van een beroep of een andere werkkring? Ga dan vooral uit van uw eigen interesses en uw sterke kanten. Denk niet alleen aan uw beperkingen. Overleg eens met uw arts, de longverpleegkundige, iemand van de CARALIJN, de Arbodienst of het CWI (arbeidsbureau). Weet ook dat iedereen recht heeft op een gezonde, rookvrije werkplek.
Benauwdheid bij kinderen Een kind met astma kan moe en prikkelbaar zijn. Daardoor kan het emotioneel en sociaal onzeker worden. Als ouder of als leerkracht kun je medelijden met een kind hebben of bang zijn voor een nieuwe aanval. Je weet soms niet hoeveel je van het kind kunt vragen. Het helpt als u de signalen van een slechte periode ziet aankomen, om erger te voorkomen.
Hoe ziet u een astma-aanval aankomen?
Ouders kunnen samen met hun kind ontdekken wat de eerste signalen van een opkomende aanval zijn. Elk kind heeft zijn persoonlijke patroon van signalen. Probeer te ontdekken wat de signalen bij uw kind zijn. Vervolgens kunt u samen proberen de aanval te voorkomen.
Aan veel kinderen is te zien dat ze benauwd worden door één of meer van deze voortekenen: onrustig, hangerig, druk zijn; slaapstoornissen en vermoeidheid overdag; verkoudheid; jeuk; slechte adem; wallen onder de ogen, bleekheid.Waarschijnlijk kunt u dit rijtje nog verder aanvullen. Wat kunt u voor een kind doen bij benauwdheid?
Let op de eerste symptomen die wijzen op klachten, bijvoorbeeld een loopneus of griep. Blijf zelf rustig. Uw kind heeft behoefte aan een beschermende ondersteuning. Angst en paniek zullen de angst en onzekerheid bij uw kind groter maken en dat kan de astma-aanval versterken. Probeer een rustig plekje te vinden. Laat uw kind met een astma-aanval niet alleen. Zorg dat uw kind een juiste houding aanneemt. Elk kind zal zijn eigen voorkeurshouding moeten leren kennen, oftewel in welke houding hij of zij het meest ontspannen en het best kan ademhalen. Een kind kan zelf aangeven welke houding het prettigst is. Praat niet teveel met het kind. Tijdens een astma-aanval is alle energie nodig voor het ademhalen. Geef het juiste medicijn in de voorgeschreven hoeveelheid. Geef niet meer dan is voorgeschreven. Let op de werking van het medicijn. Wordt de aanval inderdaad minder? Blijf kalm en ontspannen. Probeer het kind te kalmeren. Raadpleeg de huisarts bij een ernstige aanval of bij twijfel. Bespreek problemen met de medicijnen met uw arts.
Op school Astma komt zoveel voor bij kinderen dat uw kind waarschijnlijk niet het enige kind op school is dat astma heeft. Andere kinderen en de leraar weten vaak niet precies wat astma is. Dat leidt tot onbegrip. Daarom is het erg belangrijk dat ouders of het kind dat ieder jaar opnieuw uitleggen. Want wie het beter begrijpt, wil er meestal ook wel rekening mee houden. Hier volgen een aantal tips voor het contact over astma met de leerkrachten en leerlingen. Vermoeidheid
Als uw kind 's nachts of in de vroege ochtend benauwd is geweest, is het overdag moe en kan het zich slecht concentreren. De leerkracht kan niet zien dat dat door het astma komt. Misschien concludeert hij wel dat de ouders het kind te laat naar bed sturen. De klachten 's nachts kunnen ook leiden tot schoolverzuim. Als dat vaak voorkomt, kan het kind achterop raken. Vertel de leraar over de nachtelijke benauwdheid. Hij kan er dan beter rekening mee houden. Activiteiten in en om school
Tijdens de gymles, het buitenspelen en een schoolreisje kan een kind met astma benauwd worden door de inspanning. Dat hoeft niet te betekenen dat het kind aan de kant moet blijven. Het beste is om hem of haar zoveel mogelijk mee te laten doen. De ouders kunnen de gymleraar vertellen over de klachten van hun kind en uitleggen waarom het bijvoorbeeld van te voren medicijnen moet innemen of een warming-up moet doen. Ook de begeleiders van eventuele zwemles moeten weten dat een kind astmaklachten kan krijgen, mogelijk door het chloorgehalte van het zwemwater. Met wat creativiteit is meestal wel een alternatieve activiteit te bedenken wanneer een kind niet kan meedoen. Het klaslokaal
Stof en huisdieren kunnen de klachten bij een kind met astma erger maken. Wanneer het kind vaker of ernstiger benauwd wordt, kan het ook moeilijker meedoen op school. Het is daarom van belang dat het leslokaal gladde oppervlakken heeft en goed wordt schoongemaakt. Ouders kunnen dit met de leerkracht bespreken.
Gesprek met de leerkracht
Het is goed om aan het begin van het schooljaar de volgende zaken te bespreken met de leerkracht: Geef duidelijk aan van welke prikkels uw kind benauwd wordt. Vertel in welke mate uw kind 's nachts klachten heeft en dus overdag moe of zelfs afwezig kan zijn. Bespreek wat de leerkracht of een ander moet doen als uw kind een astma-aanval krijgt. Vertel welke astmaverschijnselen het kind zelf kent en in hoeverre het vertrouwd is met een astma-aanval. Vertel welke medicijnen uw kind gebruikt en wanneer het deze gebruikt. Geef aan waar u overdag te bereiken bent. Geef aan in welke gevallen de school contact met u of de arts moet opnemen. Bespreek de gang van zaken bij excursies, schoolreisjes, werkweken en dergelijke. Bespreek bij voedselallergie alternatieve tractaties. Bespreek de aanpak van de leerkracht in het geval dat het kind vaak verzuimt door zijn astma. De school is verantwoordelijk voor een goede, gestructureerde aanpak van het onderwijs, ook wanneer kinderen ziek zijn. Misschien is het mogelijk om een kind thuis vandaan contact te laten houden met de klas via e-mail. Daarmee zijn gemakkelijk briefjes maar ook opdrachten voor school heen en weer te sturen. Dit kan voorkomen dat het kind op elke verzuimdag de lesstof en het sociale contact mist. Daarnaast is het goed als de leraar ook weet hoe de ouders thuis omgaan met een kind met astma. Het is prettig dat het kind op school hetzelfde wordt behandeld als thuis. Spreekbeurt
Een kind kan in de klas een spreekbeurt houden over wat het is om astma te hebben. Het kan aan klasgenootjes uitleggen wat astma inhoudt en wat er gebeurt bij een astma-aanval. Daardoor begrijpen klasgenoten beter waarom het kind wel eens thuisblijft of niet zo fit is. En het kind gaat het misschien zelf ook allemaal beter begrijpen als het er een verhaal over moet vertellen. Voor de voorbereiding kan een kind gebruikmaken van een spreekbeurtset van het Astma Fonds.
Lespakketten
Het Astma Fonds heeft twee lespakketten ontwikkeld: een voor het basisonderwijs en een voor het voortgezet onderwijs. Hiermee kunnen leraren het onderwerp astma in de klas behandelen. 'Even ademhalen' is een lespakket voor alle groepen van de basisschool, waarbij op een leuke manier astma bespreekbaar wordt gemaakt. Het bevat posters, lesbeschrijvingen voor de verschillende leeftijdsgroepen, een Klokhuis-uitzending over astma op video en kopieerbare opdrachten. Het pakket kost 17 euro en is te bestellen bij het Astma Fonds.
Leren voor zichzelf te zorgen
In de basisschoolleeftijd begint een kind te leren om voor zichzelf op te komen. Kinderen leren eigen verantwoordelijkheid te nemen. Op deze leeftijd kan een kind ook zelf iets gaan doen aan zijn eigen astma. U kunt uw kind daarbij helpen door te praten over bijvoorbeeld de werking en het belang van medicijnen en het vermijden van prikkels. Een kind kan later beter voor zichzelf zorgen als het op jonge leeftijd leert aan te geven waar hij benauwd van wordt. U kunt uw kind stimuleren er op school openlijk over te praten of een spreekbeurt in de klas te houden. Dit maakt andere kinderen meestal toleranter. Het kind voelt zich dan ook meer op zijn gemak wanneer het zijn medicijnen op schoot moet gebruiken.
Kinderen ouder dan een jaar of acht zijn leergierig en willen graag volmondig betrokken worden in de gesprekken met de arts. Het gaat tenslotte om hun lichaam.
Een voorbeeld. Een kind dat altijd 's morgens vroeg benauwd is en dan een luchtwegverwijdend medicijn nodig heeft, kan best zelf de medicijnen nemen. Dan hoeft het de ouders niet wakker te maken, zodat die ook aan hun nachtrust toekomen.
Cursus 'Astma, thuis en op school'
Het Astma Fonds ontwikkelde samen met Astmacentrum Heideheuvel twee cursussen, één voor ouders en één voor kinderen. Hierin komen verschillende onderwerpen aan de orde op een speelse manier. Kinderen leren onder andere wat astma is, hoe ze het kunnen uitleggen aan klasgenootjes, hoe medicijnen werken en wat ze kunnen doen als ze geplaagd worden vanwege hun astma. U kunt bij uw huisarts, kinderarts of de thuiszorgorganisatie in uw regio informeren of er een cursus bij u in de buurt wordt georganiseerd.
|