|
Wanneer u mensen uitnodigt… Lukas 14:12-14 Dat is best even lastig: je wilt een feestmaal geven. Maar voor wie…? Onze Heer Jezus weet het wel: nodig niet je rijke vrienden uit, of je familie die jou op hun beurt weer eens voor een feestmaal zullen uit nodigen. Doe het voor armen, gehandicapten, mensen van wie je niets terug kunt verwachten… Het zal je maar gezegd worden. Dat kan de Heer toch niet zo bedoelen? Stel je voor. Of nog concreter: heb je dat zelf wel eens een keertje gedaan…? Gewoon, omdat je christen bent. Omdat je je in alles houdt aan wat de Heer Jezus zegt? Dat doe je toch niet? Kom nou… Tja, hoe zit het met ons christelijke leven…? Als dat een leven is zoals van ieder ander net mens + misschien de overtuiging dat je een paar keer per dag hoort te bidden en bijbel te lezen en op zondag één of twee keer naar de kerk te gaan… Is dat nu jouw nieuwe leven, is dat nu de nieuwe schepping van 2 Korintiërs 5:17? Wat stelt jouw christen-zijn nu eigenlijk helemaal voor? Dat is toch wel een vraag om eens even goed over na te denken… Of niet?? Ja, zolang je een christen alleen maar ziet als een voortdurende zondaar, die steeds weer van vergeving leven moet, dan zal je het niet erg vinden, als een ander in je leven niet veel christelijks opmerkt. Maar is er niet meer te zeggen? Moet ik me dan in duizend bochten wringen om toch maar heel krampachtig te laten zien dat ik een echte christen ben? Dit doen en dat, en dingen niet doen die een ander wel doet? Hoe moet het dan wel? Is het leven zoals de Heer Jezus het mij voor houdt wel te leven? Want hij vraagt niet alleen hier iets onmogelijks van me, maar ook op verschillende andere plaatsen in het evangelie. Pak er je bijbel maar eens bij en lees de volgende teksten: Matteüs 5:11 en 12; 19-22, 39, 44 en 45, 48, 19:16-22, 25:31-46. Dat zijn er zomaar een paar. Er zouden nog veel meer uitspraken van Jezus toe te voegen zijn. Als je al die teksten tot je door laat dringen, kan een gevoel van machteloosheid je bekruipen. Je voelt je er behoorlijk ongemakkelijk bij. Ja toch? Waarom zou de Heer ons zo dicht op de huid komen? Zou dat niet zijn omdat hij ons iets heel erg duidelijk wil maken? Iets waar we eigenlijk liever niet aan willen? Ja maar wat dan? Mijn Heer Jezus wil mij duidelijk maken dat hij inderdaad het onmogelijke van mij vraagt. Ook als ik hem wil dienen, als ik helemaal voor hem wil leven. Dan nog komt heel mijn mens zijn in opstand. Maar dan komt hij en klopt aan mijn deur. Hij wil binnen gelaten worden. Want wat ik niet kan en ook niet wil, dat wil hij wel en hij kan het ook. Daarom klopt hij. Dan komt het op mijn reactie aan. Daaraan kan ik weten of hij werkelijk bij mij binnen komt en ik in hem ben, of dat hij helemaal niet in mij is, al denk ik van wel. Dat hij wel vlak bij mag komen, aan de deur. Maar dat ik hem niet binnen laat… Want dat gebeurt als mijn leven er in feite net zo uitziet als dat van een nette ongelovige… Als de Heer binnenkomt, dan merk ik dat echt wel. Dat kan niet missen. Want dan ga ik dingen doen, dan ga ik op zo’n manier leven, dat ik er zelf verbaasd van sta te kijken en anderen met mij. Hoe kan je nu zo reageren, hoe kan je nu zo leven? Dan is er maar één antwoord mogelijk: dat doet mijn heer Jezus Christus in mij! Christus leeft in mij!! (wordt vervolgd)
|