|
 Ze zijn .......... nep ;-)) De bonbons hebben inmiddels gezelschap gekregen van kattetongen, flikken en chocoladedieren... - zie 01b) Eten en drinken ___________________________________ (het mòest een keer gebeuren) Een oud baasje steekt in een flits een bonbon in zijn mond tijdens een kerstmarkt in een woonzorgcentrum. Het volgende gesprek volgt:
Fröbelaarster (F): Meneer! Dat is geen echte bonbon hoor, hij is van klei! Oud baasje (O): Jawel hoor F : Nee hij is gemaakt van fimo-klei, hij is echt nep O : Nee hoor! F : Spuwt u hem maar uit O : Waarom? F : Omdat hij nep is meneer! O : Nee hoor! Begeleidster oud baasje (B): Wat is er aan de hand? F : Ik kan meneer er niet van overtuigen dat hij zojuist een nepbonbon in zijn mond heeft gestopt! B : Och nee toch... spuwt u hem maar in dit papieren zakdoekje O : Waarom? B : Mevrouw hier zegt dat het geen echte bonbon is O : (nog steeds lekker op zijn nepbonbon kauwend) Toch wel hoor F (denkend.. hoe los ik dit op): Echt meneer, het is geen echte bonbon - hij is giftig!
Plop gaat de bonbon in het papieren zakdoekje... nog steeds intact (zij het verrijkt met wat tandafdrukken), maar nog steeds zonder chocoladesmaak.....
|