Amerikaanse bulldog

Communities

ZeelandNet

Amerikaanse bulldog

Welkom op de community Amerikaanse bulldog!

472.160 bezoekers 208 leden Log in

Heupdysplasie


Heupdysplasie bij de hond

Auteur: Drs C.D. van Zuilen

Heupdysplasie (HD) is een aandoening, waarbij er teveel speling aanwezig is in het heupgewricht, waardoor een misvorming van het heupgewricht kan ontstaan. Heupdysptasie komt niet alleen voor bij honden maar ook bij mensen en katten. Honden met heupdysplasie behoren vooral tot de grotere en middelgrote hondenrassen, In het merendeel van de gevallen (93%) zijn beide heupen aangetast. maar HD komt ook wel eens voor aan slechts één heupgewricht.

Bij mensen is heupdysplasie een aangeboren ziekte, hetgeen betekent dat een baby reeds bij de geboorte afwijkende heupgewrichten heeft. Dit in tegenstelling tot de hondenpup die geboren wordt met 'normale heupen'. HD is bij de hond een erfelijke maar geen aangeboren ziekte, waar-bij de afwijkingen aan de heupgewrichten zich in het eerste levensjaar zullen ontwikkelen. Naast de erfelijke aanleg die een hond kan hebben voor HD, is er ook een grote omgevingsinvloed op het zich ontwikkelen van HD. Voorbeelden van deze omgevingsfactoren zijn: (over)gewicht en bouw van de hond, voeding (mineralen) en overmatige inspanning. Omdat deze omgevingsfactoren een belangrijk onderdeel vormen bij zowel het voorkomen als de behandeling van HD zullen we hierop in dit artikel uitgebreid ingaan.

HET ONTSTAAN VAN HD

Wanneer een pup geboren wordt, heeft deze normale heupen, ongeacht of de hond een erfelijke aanleg heeft voor HD of niet. Het heupgewricht is een kogelgewricht (zie Fig l.). Het bestaat uit de kop van het dijbeen, die kan draaien in de heupkom.

Zie onderstaand Fig.1 >> Het heupgewricht is een kogelgewricht - A is de heupkom B is de kop van het dijbeen

Bij een normaal gezond heupgewicht zit de kop stevig vast in de voldoende diepe heupkom. Het heupgewdcht wordt omgeven door het gewrichtskapsel en de daarin aanwezige gewrichtsvloeistof. Deze vloeistof dient als smeermiddel en als voedingsbron voor het gewricht. De stevige aansluiting van de kop in de heupkom zorgt voor een normale ontwikkeling van het heupgewricht. Bij de normale hond wordt de kop in de kom stevig op zijn plaats gehouden door het gewrichtskapsel, de gewrichtsbanden en de spieren van de achterhand. Bij de hond met aanleg voor HD is er sprake van teveel speling in het gewricht, waarbij het gewrichtskapsel en de banden onvoldoende stevigheid en steun geven. De onvoldoende aansluiting van de heupkop met de heupkom geeft bij de opgroeiende hond na verloop van tijd aanleiding tot een afwijkende groei en vorming van het heupgewricht. De misvorming van het heupgewricht (ondiepe heupkom, afgevlakte kop) veroorzaakt daarop weer meer speling, doordat de dijbeenkop en de heupkom nog slechter in elkaar passen. Speling in het heup-gewricht en/of het niet goed passen van de kop in de kom, veroorzaakt ook overmatige slijtage van het gewricht.

Zie onderstaand Fig. 2 >> Heupdysplasie = misvorming van het heupgewricht A ondiepe heupkom - B afgevlakte kop v/h dijbeen

DE VERSCHIJNSELEN VAN HD

Vooraf is het belangrijk te onderkennen dat lang niet alle honden met H D ook daadwerkelijk klachten ontwikkelen! Er zijn veel honden waarvan de eigenaar niet weet dat de hond behept is met H D en die nooit verschijnselen van HD zullen vertonen. Hoeveel problemen een hond met H D heeft, is afhankelijk van de ernst van de gewrichtsveranderingen, de leeftijd van de hond, de beweging die de hond krijgt en de individuele pijngevoeligheid van de hond. De honden met HD zijn in te delen in drie verschillende groepen:

1. Honden met HD zonder klachten;

2. Jonge honden (6 - 18 maanden) met HD en pijnklachten;

3. Volwassen honden met HD en pijnklachten.

Deze groepen worden hier apart besproken, omdat de behandeling verschillend is.

1. Honden met HD zonder pijnklachten

Honden met heupdysplasie zonder pijnklachten hebben geen behandeling nodig. Wél is het verstandig om honden waarvan bekend is dat zij HD hebben, niet te zwaar te belasten. Honden met HD kunnen uitstekend functioneren als huis-hond, maar zware belasting zoals bij de africhting vergroot de kans op pijnklachten. Ook is het beter deze honden niet te zwaar te laten worden, omdat het overgewicht de sterk veranderde heupen extra belast.

2. Jonge honden met HD (6 - 18 maanden) en pijnklachten

Jonge honden met HD kunnen vanaf de leeftijd van 6 maanden geleidelijk aan verschillende symptomen laten zien zoals moeitijk opstaan, heupwiegend lopen, liever niet willen rennen en duidelijke pijn in de achterhand bij het traplopen. Soms zijn de verschijnselen subtieler en lijkt de hond te rustig voor zijn leeftijd (minder speels). De pijnklachten worden dan veroorzaakt doordat de heupkoppen tijdens het bewegen niet voldoende in de heupkom blijven zitten. Wanneer een jonge hond kreupel loopt of bovengenoemde verschijnselen vertoont, is het verstandig de dierenarts te Laten controleren of de heupen 'te los' zitten.

3. VoLwassen honden met HD en pijn

De kreupelheid bij deze honden met pijnklachten ontstaat doordat de misvormde heupen door dejaren heen steeds meer gewdchtsslijtage hebben opgelopen. Deze gewrichtsslijtage noemen we ook wel arthrose. De kreupelheid is soms slechts aan één been maar meestal aan beide achterbenen. Deze honden kunnen verschijnselen vertonen van ochtendstijfheid en/of startkreupelheid. De hond komt 's ochtends moeilijk uit de mand, maar na een langere of kortere periode van bewegen lijkt de hond 'er doorheen' te lopen. Tijdens perioden van wachten of stilstand in een wandeling lijkt de hond liever te gaan zitten dan te staan en komt dan bij het opstaan moeilijk overeind. Ook kan de hond minder enthousiast zijn om te speten met een bal of kan hij achterblijven tijdens het uitlaten. Bij deze categorie patienten zitten de heupen vaak niet meer Los, omdat er door de gewricht slijtage nieuw bot (botwoekeringen) rond het gewricht werd gevormd en het gewrichtskapsel door de irritatie verdikt is. Deze botwoekeringen zijn goed zichtbaar op een röntgenfoto van de hond. Aan de hand hiervan kan de mate van arthrose worden vastgesteld.

HOE KOM JE ERACHTER DAT EEN HOND HEUPDYSPLASIE HEEFT?

Geen van de hiervoor genoemde verschijnselen zijn specifiek voor H D. Om met zekerheid vast te stellen dat een hond last heeft van HD en niet van een andere ziekte moeten er röntgenfoto's gemaakt worden van de heupgewdchten. Hierdoor kunnen misvormingen van de heupgewrichten worden waargenomen en kan de ernst hiervan worden geïnventariseerd. Alhoewel er niet altijd een duidelijke relatie is tussen de ernst van de misvormingen op de röntgenfoto en de pijnklachten van de hond, zijn de foto's belangrijk voor het bevestigen van de diagnose en het bepalen van de noodzakelijke of (nog) mogelijke behandeling.

BEHANDELING VAN HD

Er bestaat geen medicijn waarmee H D te genezen is. Wel zijn er behandelingen (conservatieve en/of chirurgische behandeling) en medicijnen waarmee verergering wordt voorkomen of pijnklachten worden verminderd. De conservatieve behandeling (= niet operatief is bruikbaar bij honden met milde symptomen of bij honden die voor het eerst symptomen van kreupelheid vertonen. De behandeling kan bestaan uit aangepaste beweging (rust of juist training), aangepaste voeding en eventueel ontstekingsremmers. Het doel van een chirurgische behandeling kan de vermindering van pijn zijn, de terugkeer naar een zo normaal mogelijk gebruik van het aangetaste gewrichten het voorkomen van arthrose bij dejonge hond met een 'losse heup'. Er zijn meerdere operatietechnieken mogelijk.

Onderstaande Fig. 3 >> Röntgenfoto heupgewricht heupen zonder aanwijzingen voor HD

Enkele van deze operatietechnieken zijn:

1.het kantelen van de heupkom over de heupkop.

Hierdoor ontstaat er een betere aansluiting. Deze operatie wordt uitgevoerd bij jonge honden (ouder dan 8 maanden) met losse heupen zonder vormverandering.

2. het weghalen van een spier in de lies.

Hiermee wordt bij veranderde heupgewrichten voorkomen dat de kop in de kom wordt getrokken. Deze operatie wordt uitgevoerd bij honden waarbij deze spier is aangespannen en die misvormde heupen hebben.

3. het weghalen van de heupkop.

Dit gebeurt meestal niet bij grote honden omdat herstel niet zo goed is als bij kleine, lichtere honden.

4. het plaatsen van een kunstheup.

Dit gebeurt veelal bij honden met zeer pijnlijke heupgewrichten die ernstig misvormd zijn.Of een operatie dan wel een conservatieve behandeling voor een hond het beste is, moet beoordeeld worden door een ervaren of gespecialiseerde orthopedische dierenarts.

Onderstaande foto Fig.4 >> Röntgenfoto heupgewricht met ernstige HD -Er is duidelijk sprake van misvorming van de gewrichten, ondiepeheupkommen en afgevlakte dijbeenkoppen

HET VOORKOMEN VAN HD

Het gezegde 'voorkomen is beter dan genezen' gaat zeker op voor HD, daar deze ziekte nooit geheel te genezen is. Het voorkomen van HD kan op twee manieren:

1. het voorkomen van HD bij de individuele hond door de omgevingsomstandigheden voor de jonge opgroeiende hond te optimaliseren;

2. het voorkomen van HD bij jonge honden van een bepaald ras door het controleren van fokdieren op HD.

1. De omgevingsfactoren

Bij de gemiddeldejonge hond vindt 80% van de skeletontwikkeling in de eerste 6 maanden plaats. Met name de eerste 60 levensdagen van de pup zijn zeer belangrijk in de ontwikkeling van het gewdchtskapsel en de banden die nodig zijn voor de ondersteuning van het gewricht. In de eerste 6 levensmaanden kan de ontwikkeling van HD tot een minimum beperkt worden door het voor-komen van overbelasting van de banden en het gewrichtskapsel. Doe het daarom in deze periode kalm aan met de pup! Zoals reeds eerder ge-noemd geeft een goede bespiering van de achterhand ook extra stevigheid aan de verbinding tussen de heupkop en heupkom. Echter, het trainen van de spieren van de achterhand kan beter uitgesteld worden tot een leeftijd van 9-11 maanden, wanneer het bekken geheel is uitgegroeid.

Naast beweging speelt ook de voeding een duidelijke rol bij de ontwikkeling van HD. Uit onderzoek is gebleken, dat het optreden en de ernst van HD kan worden verminderd door de groeisnelheid van puppies te beperken middels vermindering van de voedselopname. Ook de verstrekking van teveel kalk en vitaminen lijkt een ongunstige invloed te hebben op het ziek~ teproces en geeft bovendien kans op andere orthopedische problemen. Het advies is dan ook om een commercieel hondenvoer (zonder bijvoegingen van kalk of vitaminen) te verstrekken. Wil men zetfbereide voeders geven, dan dienen deze door de dierenarts goed op hun samenstelling te worden gecontroleerd!

2. Controle van fokdieren op HD

Binnen de verschillende rasverenigingen is in de reglementen opgenomen aan welke eisen fokdieren moeten voldoen om in aanmerking te komen voor een stamboom. Het is aanbevelingswaardig om alleen te fokken met HD-vrije honden om zo de kans op HD bij het nageslacht zo klein mogelijk te maken. Wanneer u overweegt een pup aan te schaffen, kunt u bij de desbetreffende rasvereniging informatie opvragen over de fokreglementen ten aanzien van H D. Een nauwkeurige controle van honden zonder uitwendige klachten is alleen mogelijk met behulp van röntgenfoto's. De röntgenfoto's van de heupen worden bij de dierenarts gemaakt, en dan ter beoordeling opgestuurd naar de H D commissie van de W.K. Hirschfeld Stichting.

De beoordeling door de H D commissie van de HD-status van een patiënt, en dus de codes van de HD-beoordeling van de voorouders, wordt op de stamboom van de nakomeling weergegeven. Uiteindelijk stellen de rasverenigingen zelf vast, welke foktechnische maatregelen worden genomen ter bestrijding van H D. Door goede fokkerij is de frequentie en de ernst van het vóórkomen van HD al bij veel rassen teruggedrongen. Toch zal iedere fokker en nieuwe eigenaar waakzaam moeten blijven. Voor veel honden is HD tenslotte een vervelende en pijnlijke aandoening.

Aanbevolen naslagwerken 1. Folder Heupdysplasie bij de hond. Tekst van de Commissie voor Heup-dysplasie-onderzoek bij de hond. Uitgegeven door de Koninklijke Neder-landse Maatschappij voor Dier-geneeskunde. (Nederlands)

2. Lanting Fl. Canine hip dysplasia and other orthopedic problems. Alpine Publications,Inc. Colorado, 1981. (Engels)

3. Ficus HJ, Loeffler K, Schneider-Haiss M en Stur I. Hoftgelenksdysplasie bei hunden. Ferdinand Enke Verlag, Stuttgart, 1990. (Duits)

BRON: INFO PERIODIEK ?SPILERS PETFOODS 04/97  

Omhoog